vrijdag 23 mei 2014

Analyse van ervaringen. Appendix: wetenschap en bewustzijn

De  in de afgelopen 10 berichten beschreven visie op de toegang tot ons bewustzijn komt verrassend dicht bij wat moderne wetenschappers tegenwoordig over bewustzijn zeggen en over de verantwoordelijkheid die wij hebben voor de wereld en haar toekomstige ontwikkeling. 
Voor sommigen is het zelfs zo dat wijzelf de verdere evolutie kunnen en moeten sturen!

De in de tijd van de Verlichting opgekomen moderne Westerse wetenschap en het verbod van de kerk aan Descartes en andere wetenschappers om zich met ons innerlijk zielsdomein bezig te houden en de daardoor ontstane kloof tussen wetenschap en ons innerlijk, wordt in onze tijd gelukkig langzaam opgeheven.

Hieronder volgt een samenvatting van nieuwe visies in de wetenschap van de natuurkunde, de psychologie en de theologie. 
Deze appendix is nog onder constructie. 


1. Natuurwetenschap. 

1.1 Hoe ons bewustzijn de werkelijkheid mede schept.

(samenvatting van : Consciousness and Quantum Mechanics door Thomas McFarlane, 1988. Zie www.integralscience.org.)

De wereld is niet plat, ontdekte Columbus. Zij is ook niet louter materie;, ontdekte de quantummechanica.  Zij is beïnvloedbaar, spontaan en één. 

De werkelijkheid als materieel, gedetermineerd vastgelegd en uit afgescheiden delen gevormd, is een achterhaalde visie. Daarom zullen we de wereld en de mogelijkheden van ons bewustzijn  totaal moeten herzien. De vroegere visie op de wereld als bestaande als losstaande objecten, planeten die daar los in de ruimte hangen enz. is achterhaald door de visies vanuit de quantummechanica. Materialiteit en voorspelbaarheid zijn achterhaalde begrippen, de wereld is niet één grote machine.

a. Atomen zijn geen laatste vaste substantie maar golven van potentiële mogelijkheden
b. De wereld is niet deterministisch vastgelegd maar kent spontane mogelijkheden (dobbelt ' god' ?
c. De wereld is geen objectief gegeven buiten ons, maar hangt af van hoe wij ervoor kiezen haar te zien
d. Er bestaan geen losse aparte objecten, op vast plaats en tijd, maar alle ' dingen' zijn zonder vaste plaats verenigd in een ondeelbaar geheel samenhangend.

Wij zijn als de stof waaruit dromen gemaakt zijn.

We lopen stuk op solipsisme, alleen omdat we bewustzijn als een eigenschap van ons  lichaam-geest zien terwijl in feite ons eigen lichaam, onze gevoelens en onze gedachten objecten zijn die in ons bewustzijn verschijnen. 
Dit bewustzijn is geen persoonlijk particulier bewustzijn van aparte individuen. In  diepste wezen ben je de ander, je bent je vriend. (Als je van bewustzijn zou kunnen wisselen met je vriend, dan kun je dat niet merken. Bewustzijn beperkt zich niet tot enig particulier individu of object).

Objectiviteit lijkt nu verdwenen, maar dat is niet zo, het heeft alleen een nieuwe vorm aangenomen. Einstein: tijd en plaats zijn relatief want ze hangen er van af hoe je kijkt. Maar de wetten van de natuur zijn onafhankelijk van hoe je kijkt.  Verschijnselen, vormen, zijn relatief en ze kunnen niet gebruikt worden zonder te refereren aan wie er hoe naar kijkt. Het gezichtspunt van je vriend is niet minder dan dat van jou; jullie geven beiden een unieke expressie. Net zoals de schaduw op een object afhangt van de hoek waaronder het belicht wordt, is het gezichtspunt van jou niet meer waar of vals dan dat van je vriend. 
De objectiviteit is niet verdwenen, want er blijven algemene wetten en er blijft een potentiële wereld en niet alleen een toevallig schaduwspel in tijd en ruimte, waar er velen van als ' feiten'  kunnen verschijnen. 

M.a.w. er bestaat ' iets' waarin objecten en feiten niet op zichzelf kunnen bestaan en onafhankelijk van hoe we er naar kijken. ' Het geheel is niet zo geconstrueerd dat het in één oogopslag kan worden overzien' (Schrödinger). Wat aktueel wordt is waar we ons bewust van zijn. 

Samengevat: Het SUBJECT is de ENE bron van bewuste waarneming die straalt door de VELE individuën. 
Het OBJECT is het ENIGE mogelijke voor de verschijning van de VELE verschijningsvormen in ieders individuele wereld. 

De grootste veranderingen zijn dus niet de veranderingen van de wereld, maar de veranderingen in hoe wij de wereld zien.
Ver boven alle oppervlakkige technische veranderingen uit, draagt de ontdekking van de quantumwereld de mogelijkheid in zich om de basis van onze individuele en sociale acties te hervormen. Door de wezenlijke identiteit van zichzelf met andere schepselen te herkennen, zal men eerder handelen vanuit eenheid en compassie dan vanuit gescheidenheid en conflict. Vriendelijkheid naar anderen is vriendelijkheid naar zichzelf en wreedheid naar anderen is wreedheid naar zichzelf. 
En wat hier nog bijkomt is dat door de erkenning van de eenheid en samenhang van alle schepselen, een basis gevormd wordt waarop alle politieke, ideologische en culturele verschillen verbleken, verschillen die zo veel problemen veroorzaken in de wereld. In de quantumwereld is afgescheidenheid maar de helft van het hele verhaal. Onder alle verschillen ligt eenheid. Er wordt op ons gewacht.



1.2  De ontwikkeling van ons bewustzijn in een holografisch frame. vervolg natuurwetenschap):

(samenvatting van The Holographic Pinciple and the Evoluiton of Consciousness. Mark Germine. Institute for Psychosciense)

De essentie en de totaliteit van het universum die opgeslagen is in de mens ontwikkelt deze steeds verder voorgaand van eeuw tot eeuw. Teilhard de Chardin.
Het holografisch principe houdt in dat de informatie in een gebied in tijd en ruimte zich bevindt aan de oppervlakte van dat gebied. En dat betekent dat aan de oppervlakte van ons hersenen de aktuele info van het universum te vinden is: het  aktuele ' nu' . In de diepere geneste lagen daaronder is de hele geschiedenis van het begin van het universum tot nu te vinden, alle informatie!  Ons bewustzijn heeft toegang tot die informatie zodat Universeel bewustzijn de tijdloze bron van actualiteit is in onze geest.

Naarmate we meer en gedetailleerder ervaren en daar bij stil staan, bij het ' nu',  in die mate krijgen we meer Informatie! 

Ons brein bestaat uit een geneste hiërarchie van oppervlakten die gerangschikt zijn vanuit het meest elementaire: neuronen, groepen neuronen, het hele brein. De informatie van de geschiedenis vouwt zich vanuit de diepte steeds verder uit tot aan de oppervlakte.
Dat is microgenese: het uitgroeien tot een mentale staat door een proces van ontwikkeling en evolutie. Vandaar ons vermogen tot ' herinnering'  (zelfs van vroegere levens) en tot toegang tot universele informatie, ook teruggaande in de tijd (vroegere nu's die toen aktueel waren.  
Het Holografisch principe kan ons aldus helpen om de eenheid en de mechanismen uit te leggen van  waarneming, ervaring, geheugen en bewustzijn.

Onze info-opslag hangt niet af van de grootte (van bijv. de hersenen of microchips) maar van de ' oppervlakte' . Hoe meer kronkelingen enz. hoe meer data-opslag is mogelijk (Bekenstein principe). Het kleinste opslagmedium is het quantum.

Onze waarneming creëert een dualiteit van subject en object. Zo denken we dat informatie objectief is en wat we ervaren subjectief.  Maar die dualiteit bestaat niet!! Informatie en wat we ervaren  is een en hetzelfde!
Ieder onderdeeltje van ons universum leeft. Ieder organisme leeft door wat het ervaart. Het universum ook!! Wij zijn één met wat her universum beleeft.

En deze informatie dooft niet uit als de tijd vordert.  Bij de lichtsnelheid weten we, staat de tijd stil. Licht is essentieel tijdloos. Het is eeuwig.

En nu komt het! De lagere niveau's van quanta kunnen pas tot mogelijkheid komen door een kennende entiteit, die ons bewustzijn is.  M.a.w. we scheppen met ons bewustzijn, we sturen de mogelijkheden van het universum. Ons bewustzijn maakt bepaalde ontwikkelingen mogelijk. Maar niet ons ego-bewustzijn, dat is te oppervlakkig beperkt en ziet niet alle bovengenoemde verbanden en samenhangen. Er wordt gesproken over mensen die de ego-barrières van hun bewustzijn doorbroken hebben, en zo in synchroniteit in contact staan met anderen (zo kun je dromen over iemand terwijl er met die persoon iets gebeurt).
Dit met elkaar in verbinding staan zonder straling of internet, zodat de verbinding nooit gehackt kan worden, is onlangs in een experiment waar gemaakt door de TU Delft. 

Als wij als mensen kennelijk over de kracht van dit bewustzijn beschikken (door de oppervlaktekronkelingen en onderliggende neurale netwerken in ons brein), dan is de grote nog niet beantwoordde vraag niet hoe dit alles mogelijk is, maar 
Waarom al die veranderingen en evolutie in ons brein gebeuren?

Het gebeurt in ons brein, hetgeen nog niet wil zeggen dat het door ons brein gebeurt of in ons brein zit. Net zoals we wel zeggen dat informatie in een boek zit of in een computer, maar dit niet voldoende verklaart waarom wij die info tot ons kunnen nemen. 

Aldus ontstaat er een ' theory of mind' . Vragen zijn hier: ' Waarom kan een ervaring duren (verklaard uit quantum leaps)' . ' Waarom kan in een discontinu proces een ervaring toch van een fundamentele actualiteit zijn?' Waarom reikt die tot die diepte en tot vermoedens van vroegere 'nu's ' tot in de tijdloosheid, en ' eeuwigheid' ? 
Dit ' binnenhalen' van eeuwige objecten is fundamenteel voor iedere duur die het uitgroeien tot een entiteit vraagt en op deze basis kwam Whitehead ertoe om te spreken van ' an eternal heaven in constant intercourse all of its creation' .

Hier ligt de verbinding tussen de fysieke en mentale pool van het proces. De quantum leap verklaart deze mogelijke overgang van tijdloos naar een nieuwe actualiteit in het nu.  
De reden om te ' worden' is volgens Whitehead altijd de actualiteit zelf, die zich ' verheugt' in zijn verbindingen en ' tevreden' is met zijn nieuw worden. Aldus koppelt W. de kwantummechanica aan een theorie van de geest (Process and Reality, 1929/1978).

Door het proces van nieuwheid en door het proces van microgenese bij de voortgang van gevoelens, geeft het Zelf aanleiding om dit zelf als ego te beleven, in de objectieve wereld bij het einde van het microgenetisch proces. Wij zien (bv. in de spiegel) het ego en niet het Zelf en aldus vergissen we ons door het Zelf te verwisselen met ons ik . Dit proces is verborgen voor ons bewustzijn.

Jongere stadia van de evolutie en de ontwikkeling liggen als top boven de oudere stadia.
De Mind is onze plaats. Ons diepste doel voor onze geest is om te resoneren op de boven-bewuste stadia van wat we ervaren. Zoals het doel van de radio is om een symfonie te spelen. Als we de symfonie niet willen horen, draaien we de radio uit. Daarom kan ons transpersoonlijk bewustzijn onze individuele en collectieve radio uitzetten, of zachter zetten als we niet in harmonie zijn met de Universele Geest.

Vergeet  niet dat de dichotomie tussen info en ervaring vals is. Veel prominente neuroscientisten zien dat niet.  Alle mentale functies zijn voor hen puur mechanisch en gebaseerd op de lokale functies  van specifieke gebieden in ons brein. Voor hen zijn we wezens zonder ziel. (soulless), niet meer dan een verzameling neuronen. De ziel is voor Crick (1995) een groep neuronen die gelokaliseerd zijn in de prefrontale kwab van ons brein.

De visie die Whitehead echter ontwikkelde  met zijn ' eeuwige objecten'  (zie eerder) sluit aan bij Plato (eeuwige objecten in de primordiale goddelijke natuur) en bij Jung (archetypen van ons onbewuste, die gebaseerd zijn mythologische, religieuze en alchemistische constructies). (Voor Prigogine (1980) is fysische tijd secondair t.o.v. ' interne tijd' (Mentale processen houden een 'duration' in van die processen; dus van een ervaring?).  

In de ' wetenschap' is er de neiging om empirie als de enige weg naar kennis te zien. ' Direct kennen' buiten de zintuigen om of deze transcenderend ziet die wetenschap als pure mythe. Deze theorie mist precisie en verklaart veel verschijnselen niet (zoals waarom we de complexiteit van taal en mathematische systemen kunnen begrijpen en ontwikkelen. We kunnen alleen functioneren en ons aanpassen wanneer we contact hebben met hogere niveau's van ervaring, zoals het holistisch principe verklaart. 
Voor Plato is alle kennis een recollectie of een herinnering. Het reactiveert  vroegere fasen uit de schemergebieden van het onbewuste . ' Glimpses of Truth.  Voor de psychiater Trigant Brown (1927) is het gebrek aan contact daarmee de bron van de neurosen. Het is niet meer te ontkennen dat mechanismen voor ons geheugen gelegen zijn in de structuren van ons brein. William James (1898) gebruikt de analogie tussen licht en een prisma . Het prisma produceert geen licht maar geeft het door. En James vervolgt: ' wanneer we denken aan de wet dat een gedachte een functie van ons brein is, dan is het niet nodig alleen aan een productieve functie van ons brein te denken. We are entitled also to consider permissieve or transmissie funtion. En dit laat de gewone psychofysiogie buiten beschouwing. 




1.3 Het akashaveld

De volgende woorden zijn van iemand (Ed Alberts) die met mij en enkele andere wetenschappers in een zogenaamde bewustzijnsgroep regelmatig bijeen komen.

' Verbindingen met het Akashaveld  (term van Laszio) treden soms spontaan op, er zijn veel ervaringen te noemen, onder andere die van creatieve kunstenaars.

Er zijn nu opleidingen waarin word geleerd op gecontroleerde manier informatie uit het Akasha veld te halen. Hoewel de gebruikte termen wat esoterisch aandoen (intuïtieve ontwikkeling, aura's, chakra's, energie) is 
dit gebaseerd op de mogelijkheden waarover ieder beschikt, en die overigens ook door ieder in het dagelijks leven meestal ongemerkt worden gebruikt.

Bekendheid met deze ontwikkeling is sinds de jaren 80 van de vorige eeuw sterk toegenomen, niet alleen in esoterische kringen. 
Er wordt veel nagedacht over de potenties van deze ontwikkeling voor opvoeding, opleiding, gezondheidszorg en wetenschap.

Laszlo stelt dat een veel grotere toegang van het individu tot de informatie in het Akasha veld zal leiden tot hogere vormen van het individuele bewustzijn, toename van begrip van het grote geheel, de cosmos, en afname 
van het op ik-belang gerichte bewustzijn.

Als oprichter van de Club van Boedapest (1993) verschijnt Laszlo nog regelmatig in het openbaar, waar hij aandacht vraagt voor mondiale duurzaamheid, en pleit voor een evolutie van menselijke waarden en het 
menselijk bewustzijn, als cruciale factoren in een koersverandering van een wedren naar verval, polarisatie en rampspoed' 



2. Psychologie


2.1 Van fysiek naar psychisch (naar Pesso)

Pesso gebruikt de nieuwe metafoor uit de neurowetenschappen die ik  elders  beschreven heb, in zijn therapeutisch handelen (Perquin, 2001; Amundsen, 2009; Pesso, 2001, 2002, 2009).
De celwand is dan de metafoor voor de noodzakelijke ik-functies van een mens, waarmee hij zijn gedrag psychologisch sturen kan en beslist wat naar ´buiten´ mag en wat naar ´binnen´ wordt toegelaten. Het ´ik´ is zijn interface, een soort controlecentrum van waaruit je zelf kunt sturen. Maar dat sturen moet je als mens aanleren want de mogelijkheid tot regulering en controle is ons niet van nature gegeven.
Een juiste ontvangst door onze ouders, als ‘verwelkomers van het Universum in ons aardse bestaan’, kan ons tot een compleet voldragen mens helpen maken. Als deze ontvangst niet helemaal aan onze persoonlijke behoeften beantwoordt, dan kan dat alsnog therapeutisch worden toegevoegd. 

Iedere reactie en niet-reactie op de signalen van een baby heeft tot gevolg dat er synapsen en neurologische verbindingen worden aangelegd in de hersenen, waarop de baby later kan teruggrijpen. Zo vormt zich een mens en wordt langzaam ´af´ gemaakt. 
Geen dier, zei Darwin al, is zo uniek als de mens in de uitzonderlijk lange tijd die nodig is om hem onafhankelijk te maken van zijn verzorgers. De meeste dieren kunnen zichzelf redden binnen zes maanden. t
Een kind kan aanvankelijk alleen een signaal van onplezier aangeven in de hoop dat dit opgepikt wordt en vertaald als behoefte aan voedsel of drank. 
Heeft een kind op een gegeven moment een communicatiesysteem ontwikkeld dat succesvol functioneert voor een bepaalde behoefte omdat het signaal wordt opgepikt en begrepen, dan kunnen we zeggen dat dit is opgenomen als een ik-functie, die – zoals bij de celwand – nu duidelijk kan controleren wat naar binnen moet komen en wat het naar buiten toe wil uitzenden (zie ook figuur 6 aan het begin van het IIIe deel over verborgen geweld). 

Bij succes wordt het gemakkelijker communiceren voor beide partijen: een duidelijk signaal krijgt een duidelijk antwoord. 
Het kind ´weet´ dan bijvoorbeeld ook dat op het geluid van het klaarmaken van een fles, daarna melk volgt voor hem. Hij heeft een mentale representatie gemaakt, een herinnering in ´het oog van zijn psyché´. Het membraan, de fysieke celwand, heeft nu ook een psychologische functie gekregen. 

Het systeem van het kind moet leren om, eenmaal geboren, die basisbehoeften ook ´psychisch´ in te kunnen nemen. Een letterlijke plaats wordt een plaats in het hart van de ouders, hij moet zich ook voeden met de liefde en belangstelling van zijn verzorgers. 
Begrenzing wordt van de eerdere foetuservaring dat je vrij kunt schoppen tegen de baarmoederwand, tot de uitzinnige ervaring dat je kunt handelen en jezelf kunt uitdrukken zonder dat dit tot gevaar leidt. 
De basisbehoeften worden nu meer psychologisch of anders gezegd: meer emotioneel dan puur fysiek. Emoties zijn nu de uitdrukking van ´het lichaam in de psyché´, dus van fysiekemotionele indrukken die in de psyché ervaren worden. Gevoelens kunnen van nu af herkend worden in het lichaam. 


Satisfaction of Basic Developmental Needs
Place
Nurturance
Support
Protection 
Limits

Figuur uit  Genetic Nature Requirements  I. Diaserie Pesso. www.pbsp.com

In innerlijke lichaamsbeleving worden de emoties gevoeld en we krijgen er via ons lichaam contact mee. Mannen zullen hun emoties beter leren voelen en verwoorden wanneer zij contact hebben met deze innerlijke lichaamsbeleving. 
De tegemoetkoming en het steeds maar herhaalde antwoord op basisbehoeften in zijn kinderjaren is de garantie voor een echt zinnig leven voor een mens. 
Wil een leven kwaliteit bezitten, dan is er plezier in het bestaan nodig, verbinding met anderen en betekenis in het leven. Dat levert gevoelde voldoening op. Dit samenhangend geheel leren we langzaam evenals onze emotionele communicatie. 
Emotie moeten we leren vertalen in een woord. Dat woord moeten we zo kunnen kiezen dat we daarmee ook verschillend soortige emoties van elkaar kunnen onderscheiden. Deze articulatie van emoties en zelfs de herkenning van emoties heeft vaak ontbroken in de opvoeding van mannen. Maar zij kunnen die articulatie en herkenning van emoties wel aanleren.

Juist een psychotherapie die ook op lichamelijke emoties is gebouwd, zoals de Pesso-psychotherapie, is uiterst geschikt voor mannen en voorkomt dat hun therapie of coaching perverteert tot een rationeel en louter verbaal dispuut. 
De mannelijke verheerlijking van objectiviteit en de voorkeur van hen voor de ratio boven emotie, kan vanuit onze voorgeschiedenis mede verklaard worden. Niet alleen is zij evolutionair bepaald, maar ook identificatie met voor hen belangrijke mensen in de omgeving is een factor evenals de tijd en heersende cultuur.

Een voorbeeld van bepalende invloeden uit de cultuur is onze Christelijke beschaving. Oorspronkelijk, bijvoorbeeld bij de Grieken en later in het christendom wordt gedacht dat een zelfstandig rationeel denken als middel tot eigen vrijheid, los van emoties en lichaam mogelijk zou zijn. Emoties kwamen bij de Grieken van buiten het lichaam, ´van de goden´. En in het christendom wordt het lichaam de plek waar de duivel regeert. Slechts het rationeel denken zou ons daarvan kunnen bevrijden. 
Maar op de keeper beschouwd was rationaliteit bij de Grieken niets anders dan een toevallige afspraak. Als meer mensen hetzelfde dachten, werden de meningen objectief en verantwoord gevonden, niet meer dan dat! De bedradingen die in de hersens van een man ontstaan, hangen dus van veel meer af dan van zijn miljoenen jaren geleden gevormd DNA. 
Ook school, voorbeeld van anderen, media hebben hun invloed in de hersenen. De idee dat lichaam en denken los van elkaar staan, splitsing van lichaam en denken is door de recente neurowetenschappen achterhaald. 

De kwaliteiten van zinnig en voldoening gevend leven (zoals plezier, betekenis, bevrediging, verbinding met anderen), hangen onderling nauw samen. Je kunt je niet alleen aan je ratio ophangen of los maken van dit geheel. Is een bedrading onvoldoende mede bepaald door ontbrekend contact met een ouder, dan beïnvloedt dat ons hele gemoed. Dan ontstaat er een gevoel van betekenisloosheid, pijn en frustratie. 

Wanneer er te weinig veiligheid is, dan compenseert het kind dit door het besluit te nemen: ´dan zorg ik wel voor mijzelf´. 
Geholpen worden is dan gekoppeld aan gevaar, dus iedere eigen behoefte wordt direct vertaald in zelfzorg. Ervaringen van angst en onveiligheid zijn vastgelegd als corticaal netwerk in de hersenen en als ´herinnering´ kan men er op teruggrijpen. Bijna reflexmatig zal het kind nu voortaan iedere benadering als vijandig ervaren en zal dit ook als volwassene nog zo beleven. We zijn dan in de competitieve mannenwereld beland.

Hoewel genetische invloed van voor de conceptie en hormoonspiegels in de moederschoot sterk bepalend zijn voor onze geslachtskeuze, behoeven we daar niet volledig door bepaald te worden. We kunnen met onze eigen wil kiezen wat wij leuk vinden en zijn niet veroordeeld tot alleen stereotiep mannelijk gedrag.














Voorgoed verloren paradijs? Of blijvend in de psyche verankerd of later alsnog hersteld?



Je ziet dan later ook veel mannen een oververantwoordelijkheid ontwikkelen die niet prettig aanvoelt voor een ander, een regisseurschap vanuit een dodelijk ernstige rol waarbij de partner klein gehouden wordt. Soms met de beste bedoelingen en zogenaamd vanuit de hoogste morele standaards. 
Waarom verlaat de man zo´n zware dodelijke rol niet? Omdat het zich in onder de oppervlakte van het bewustzijn afspeelt. De man heeft zelf de depressieve pijn van wat hij te kort gekomen is, verdoezeld door er de bekende troost gevende fantasie van redder voor in de plaats te stellen, die hem nog enig zelfgevoel oplevert. 

Zowel bij meisjes als jongens heb ik deze edele trekken, waar de wereld het ten slotte van moet hebben, aangetroffen als studentenpsycholoog. 
Het gaat hier om in vele opzichten begaafde jongeren, die vaak ook de praatpaal van hun omgeving zijn en veel bestuursfuncties vervullen. Ook kinderen van gescheiden ouders vertonen dit te sterke gedrag nog al eens, tot zij eronder bezwijken omdat ze niet op tijd hun eigen behoeften hebben leren kennen. 
Het loslaten van dit soort posities is uiterst moeilijk. 
Het lijkt op een rouwproces, men krijgt er in de eerste plaats niets voor terug, maar moet iets afstaan. Toen ik zelf het priesterschap achter mij liet, had ik aanvankelijk heimwee naar die positie, die macht ervan en het – in die jaren nog geldende - aanzien. 

Dit boek gaat met dit nieuwe neuropsychologische model en de voorbeelden uit de Pesso-psychotherapie dieper dan de bekende waarneming dat mannen slecht hun emoties tonen. 
Ik besteed veel aandacht aan het belang om voeling te leren hebben met eigen innerlijke lichaamsbeleving, want het lichaam is de plek waar we onze emoties kunnen waarnemen en onderscheiden. Daar is ook de plaats waar we tot ons innerlijk kunnen doordringen. 
En daar kunnen we ook werkelijk onze onbalans leren voelen en het verlangen naar een oplossing daarvan. In de diepte van onze natuur, in ons wezen, liggen ook de genezende krachten van onze ziel. 

Voor Aristoteles is het lichaam het oog van de ziel. Ons ware zelf, de meest intieme dimensie die men zich voor kan stellen, is het geheim van de Graal, die parel boven elke prijs, het doel van zijn reis en verlangen. Daarom zal het mannelijk lichaam en de innerlijke beleving van het lichaam veel aandacht krijgen in latere hoofdstukken. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten