maandag 19 mei 2014

Analyse van ervaringen. 9 De godservaring (deze serie berichten begint op 5 mei 2014)

Toen ik lang geleden een maand in retraite ging, in stilzwijgen, viel ik van mijn godsgeloof af, ' van het geloof van mijn vaderen' . Er werd veel te veel in dat klooster daar gesproken en gebeden tot een verticale Ik-Gij relatie. En die ' god'   kon ik niet zo ervaren als ik eerlijk was. 

Welke godsbewijzen ik later ook las, welke absolute claims de kerk ook aan mij wilde opdringen, ik kreeg die godservaring die zij bedoelen, niet. En tegenwoordig bijna iedereen met mij kent die ervaring niet in ons post-moderne tijdperk. Het lijkt dat velen daar niet om talen; anderen maken zich er wel druk over bij de ervaring dat wij in dit bestaan geworpen zijn, dat wij roependen in dit heelal zijn en alleen maar de echo van ons eigen roepen terugkrijgen.

Toch vond ik het aanvankelijk vreselijk dat ik - wat de grond van mijn bestaan was en haar vanzelfsprekendheid en nabijheid - kwijt was en nergens terug kon vinden als ik eerlijk wilde zijn tegenover mijn eigen ervaringen.
Er is mij veel aangeboden in de loop der jaren door magiërs, door guru's, door sjamaanrituelen, door energie-makers die mij contact met engelen beloofden of chanelen. En als ik hen niet geloofde: ' dan was ik er nog niet aan toe', zeiden zij.  Maar ik wilde vooral trouw blijven aan mijn eigen ervaringen en niet op gezag van een ander iets aannemen. Ik kon het niet eens.

Ik heb zelf moderne theologie gestudeerd; ik heb de bijbel leren interpreteren als de verhalen van een volk dat haar eigen visie gaf op haar verleden en waar nog een existentiële boodschap voor ons in gelezen kan worden. Het werkte wel, ook in mijn preken, maar steeds meer stuitte ik op mensen die  zeiden: ' ja, de een legt het zo uit, en de ander weer anders. Ze zoeken het maar uit'.  Ik ben  opgehouden met preken vanuit de uitleg van de Heilige Schriften, ze zijn teveel verknoeid en belast en stammen bovendien uit een voorbij tijdperk.

Doordat ik zelf langzamerhand meen te begrijpen wat de eigenlijke bedoeling is van godsdienst,  zag ik ook hoe nodig het is haar oude vormen te verlaten.  Eventueel kunnen we naar ' godsdienst' terug keren als we daar behoefte aan zouden hebben,, maar pas als we door Zen zijn heengegaan.
Zen is een leerschool om de diepte van onze eigen ervaringen te analyseren, en dat is precies wat ik in deze berichtjes wil.

Misschien is dit bericht te vroeg, want mijn zoeken naar diepte- ervaringen die op realiteit gebaseerd zijn, is nog enigszins wankel en nauwelijks van voorgaande donkere moeilijkheden ontdaan. Maar toch tekent zich een weg af; en ik ben daar zo blij mee, dat ik er toch over ga schrijven.

Allereerst :Nietzsche-klaagde erover dat de kerk ' god' had doodgemaakt. Hij schrijft verder, tegen al die absolute zekerheden waarmee de kerk ons van buitenaf in allerlei dogma's wilde laten geloven.
            
                het is niet genoeg dat je begrijpt in wat voor werkelijke onwetendheid
                over alles mens en  dier leven;
                je moet ook de wil hebben en die verwerven
                om onwetendheid te eerbiedigen.
               Alleen  het levende ding kan zichzelf behoeden en  gedijen;
               een grote en stevig jouw overkoepelende hemel van onwetendheid
               moet jou omvatten.

Met onwetendheid bedoelde hij wat Zen bedoelt: iedere voorstelling, iedere conceptie die wij van iets maken, beperkt ons, scheidt ons van anderen, doet onze ogen sluiten voor de directe waarneming van iets, en doet ons vergeten hoe alles een mysterie is. Ieder ' iets'  dat wij waarnemen is een van de vele vormen wier gedetailleerde existentie ons tot aandacht kan brengen. Een formule die die verhouding uitdrukt is: ' het is geen 1'  (want het is in menigvuldige apartheid), en ' het is geen 2'  (want het is niet alleen maar verschillend van vorm, maar is de uitdrukking van een diepe essentie waar wij zelf deel van zijn, uit bestaan We zijn niet anders dan anderen, we zijn het universum).

Dit is veel, hier wordt veel gezegd. Maar het belangrijkste voor mij is, dat hier mijn verhouding tot het goddelijke duidelijker wordt. Het is geen I-Gij relatie, maar het is eerder een relatie die in mijzelf gegrondvest is. Wie ben ik eigenlijk? Als ik meer ben dan mijn beroep, mijn status, mijn karakter, wie ben ik dan eigenlijk? Hoe is mijn relatie tot mijn diepste zelf? Ben ik twee als ik tot mij zelf praat? Wie praat tot wie? En wie verlangt zo diep en waarnaar? 

Ik denk dat ik het denken in IK-U nu wel kan gaan verlaten.  Ik ga de relatie met ' god'  nu op dezelfde wijze zien als in mijn vorige bericht de relatie tussen partners. Deze is  niet gezond en reëel  wanneer de partners eerbiedig naar elkaar opkijken en op hun knieën gaan liggen of voor hun zelfbevestiging en troost tegen de ander aanhangen, of de ander moeten bidden om troost, maar pas volwassen en stevig is hun contact als zij  als twee zelfstandigheden autonoom staan, met eigen vrije wil, en op dezelfde grond maar op hun eigen deel van de grond gevestigd staan.

In het volgende bericht ga ik mijn nu verworven visie en gevoelde ervaring nog gedetailleerder uitwerken en verduidelijken, want het beeld dat ik nu heb, heeft verregaande consequenties, maar het belangrijkste: het kan ervaren worden en wel in realiteit en niet in fantasie.

Een geduldige onbevangen aandacht brengt ook de gaten in het persoonlijkheidsproces aan het licht. Dit kan het gevoel met zich meebrengen dat je uit elkaar valt. Een gevoel van grote droefheid en eenzaamheid kan optreden, alsof een essentieel deel van jezelf, een orgaan dat greep op de werkelijkheid uitoefent, aan het afsterven is. Tegelijk merk je dat de werkelijkheid buiten je een reusachtige stap naar je toe heeft gedaan. Alles wat je ziet wordt intiem, nabij, alsof het gaat om een persoonlijke ontmoeting tussen jou, je zintuigen en wat je waarneemt. Het geeft een gevoel van verbondenheid een gevoel van empathie met de wezens en de dingen. Tegelijk krijgt elk wezen, elk voorwerp, diepte, omdat je oppervlakkige blik van eigenbelang wegvalt.
M. Duchamp schreef een werk over waarneming: 'de bruid ontkleedt door haar vrijgezellen' Een huwelijk met onszelf, transcendent vrouwelijk inzicht in leegte. Leegte betekent 'zonder bedekking', want ze verschijnt als een naakte vrouw, gloeiend van passie. In haar linkerhand een schaal waarin een stof om de ontregelende kracht van de liefde aan te wakkeren. In haar rechterhand houdt ze een mes waarmee ze alle conventionele voorstellingen doorsnijdt...
De bovengenoemde 'achtergrond' i (tussen de filmbeeldjes door, het automatische voorbij) s als een partner, maar 'geliefde' is wellicht een betere benaming , geliefde en vereniging in één. Als je haar ontmoet, weet je dat zij het was, waar je je hele leven naar verlangd hebt, zonder te weten waarnaar je verlangde. ......De ' achtergrond' is zij niet een deel van onszelf? Daarom zeggen ze dat het verlangen de geliefde is. (Het gehele stuk vrij naar en Uit: De verbeelding aan de macht. Meino Zeillemaker. In : Humanisme en Boeddhisme. F. Elders (2000). Asoka)





Geen opmerkingen:

Een reactie posten