' Wat een oude rotkop' , zoals iedereen wel eens zal zeggen.
Je kijkt naar jezelf als een object wanneer je in de spiegel kijkt. Daarom stel ik me soms voor dat ik iemand tegenkom en dan grijns of glimlach ik als begroeting. Dan lijkt wat ik in de spiegel zie, op hoe een ander mij ziet, wat levendiger misschien? Maar waarom zo een trucje.
Kan ik niet liefdevol naar mijzelf kijken ook als er een oude of verfomfaaide kop te zien is.
Geeft de spiegel niet genadeloos weer of ik sympathie of liefde voor mijzelf mis of heb en tevreden ben met mijzelf?
Ik probeer vanochtend niet weg te kijken van de spiegel. Ik probeer het aftakelen niet alleen als verval te zien.
Ik blijf kijken, zie de lijnen in mijn gezicht en probeer die lijnen te zien als sporen van mijn geschiedenis, als tekenen van wat ik allemaal heb meegemaakt. Mijn geschiedenis waar niets mis mee is, waar ik misschien zelfs trots op kan zijn.
Ik kijk in de spiegel en zie bijna altijd zo een groot verschil met hoe ik mij innerlijk voel. Van binnen voel ik mij altijd veel groter dan wat ik in de spiegel zie. Innerlijk ben ik iemand die ideeën heeft, een beetje speciaal iemand, die schrijft, moedig is, bewonderd wordt soms. Maar deze grootheidsfantasie verdampt vandaag gelukkig wat meer nu ik kijken blijf. Ik ben niet beter, moediger, specialer dan een ander en dat is eigenlijk een hele opluchting.
Wat kijk ik trouwens ernstig. Nog lang niet ' verlicht'. Als ik geloof in het gratievolle Mysterie dat ons leven is, en dat werkelijk geloof, waarom lach en fluit ik dan nu niet? Weer een aanval op de sympathie en liefde die ik voor mijzelf zou kunnen/willen voelen? Maar op deze mooie ochtend kan niets mij echt van de wijs brengen, en ik lach. Klaar.
Hoe kan ik lachen met al die pijnen in de wereld. Ze horen er per definitie bij en zullen nooit ophouden. Ik denk aan de pijnen in ons lichaam. Hoe mijn moeder toen ze oud was, door haar rug zakte, de gewrichten versleten en ook nog dementerend.
Ik denk aan al de kwalen van mijn vrienden, de pillen die ze moesten slikken tegen verhoogde bloeddruk, te hoog cholesterol, enzovoorts enzovoorts.
Ik dacht aan het verval van stemmingen. Hoe wij mensen niet steeds met een licht gemoed rondlopen, maar hoe stemmingen komen en gaan en we prettige emoties niet vast kunnen houden. Onverwachts zijn ze er niet meer. Niets kunnen wij vasthouden. Hoe onze idealen niet uitkomen; we teleurgesteld zijn dat de wereld nog niet zonder oorlog kan; dat we met onze techniek armoede nog niet kwijt zijn. Dit alles ging op deze mooie morgen door mij heen.
En een van de schrijvers van de Christelijke Bijbel vertelde in mythische vorm hoe ' God' medelijden met ons kreeg omdat wij de weg naar het paradijs kwijt zijn en toen zijn zoon stuurde om ons te leren hoe wij deze - volgens sommigen - 'fout in de schepping' zouden kunnen repareren.
En Boeddha op zijn beurt zag dat alles lijden was en wilde in diepe compassie ons leren om daar beter mee om te gaan, het te verzachten.
Boeddha en Jezus waren mensen zoals wij. Omdat we hun gewoonheid niet aankunnen, hebben we van hen jammergenoeg goden en toverende magiërs gemaakt. Wij zijn hun Boeddha-natuur, de Christus-natuur en we kunnen de bronnen en rijkdommen in onze natuur in onszelf leren ontdekken. Door stil te zijn bij onze eigen ervaringen .
Velen van ons zijn belast met schaamte en schuld vanuit hun kindertijd. Naast schaamte en schuld is er ook angst en ziekte. Dit alles kan veroorzaakt zijn door de manier waarop er met ons is omgegaan. Waarom wil ik wegkijken van de spiegel? Met mij kennen velen de fantasie als kind al om de wereld te willen redden. Wij zagen de gaten in dit bestaan: het leed van onze broer, de depressie van onze moeder en namen te grote lasten op onze kinderschouders. Onze jeugd deels verknoeid hebben wij ons getroost met reddersfantasieën. Het is de last om meer te moeten zijn dan wij zijn. Velen kennen dit of een ander drama. Op sommigen is neergekeken, of ze zijn diep geschonden in hun intieme en lichamelijke verlangens. Besmeurd geraakt, verward in feiten vermengd met fantasie. Opgejaagd in onze dromen, zijn we te geblokkeerd geraakt om van onszelf te houden. We zijn niet in staat vergiffenis in onszelf toe te laten en zo bevrijd te worden.
Parafraserend op een tekst van een mij geliefde Zenmeester:
' Compassie met jezelf is in werkelijkheid de realisatie van de Leegte die genadevolle Volheid is. Het is de ruimte in onszelf die wij zelf zijn en waar liefde en compassie wonen. Het is de kern van Zen, het Hart.
Ons hart moet doorweekt en doordrenkt van compassie zijn, dat is precies wat ons menselijk maakt. Maar een algemeen gevoel van compassie is nog niet genoeg. Alleen wanneer compassie voor jezelf is gewekt en ontwaakt, zal compassie authentiek zijn en voluit stromen.
Liefde voor zichzelf wordt pas echt geboren wanneer je ook tranen kunt vergieten voor jezelf. Niet alleen omdat je sterfelijk bent, of gauw sterven zult, of omdat jij en de jouwen vernietiging in de ogen kijken. Dit alles zal compassie oproepen en medelijden.
Maar zelfcompassie wordt pas werkelijk gewekt, wanneer je in een verslaving gevangen zit, of onder zelfdestructieve neigingen lijdt, of stommiteiten uithaalt en je ego opblaast, en je je realiseert hoe je jezelf aan het vernietigen bent, je eigen leven en dat van anderen. Wanneer je dan leert om te huilen over jezelf, dan ontstaat werkelijke compassie. Compassie voor jezelf lijdt tot compassie voor anderen. De tranen die je vergiet voor jezelf, zal je hart openbreken, en dan zal je hart een g e b r o k e n hart zijn, zacht gemaakt en teder, en kwetsbaar en bloedend.
Ren op zo een moment niet weg om je te verbergen in een schuilhoek of verborgen plaats. Kies en gun je zelf dan stilte en alleen zijn; blijf jezelf in je verdriet en pijn, huil voor jezelf, omarm je fragiele, sterfelijke en onvolmaakte zelf. Loop niet weg. Herinner je jezelf eraan dat je bent omhuld en vol kracht bent in het Mysterie dat Genade is, het hart van Leegte. Het is juist je gebrokenheid en onvolkomenheid die de opening zal maken naar de Grote Leegte die Volheid en Mysterie is.
Kijkend in de spiegel, maken wij van onszelf alleen maar een object dat dáár voor ons en tegenover ons staan. Dat is het duale bewustzijn. Maar wie ben ik echt? Het is eigenlijk de enige vraag voor Zen die ons verder helpt. Meer dan mijn status, mijn functie, mijn prestaties. Wie ben ik?
We komen dat op het spoor van de bronnen die in onszelf besloten liggen. Maar ook tot werkelijke compassie met iemand.
Compassie betekent letterlijk : samen lijden. Daar is in het Nederlands nog geen goed woord voor. Het woord medelijden heeft de gevoelswaarde van uit een meer eigen comfortzone zich over iemand heen buigen en die gaan ' helpen', bijna als vanuit de hoogte of van vermeende eigen rijkdom. Dat is splitsing vanuit een duaal bewustzijn. We vergeten dan de een geen spat beter is dan de ander en dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Bemin uw naasten als uzelf.
We kunnen alleen naast iemand staan die lijdt; maar we mogen iemand zijn eigen lijden niet afpakken, omdat iemand pas door de ervaring van eigen leed dit kan verwerken. Gebroken harten brengen ons tot onze meest intieme ervaring van nabijheid.
We komen dat op het spoor van de bronnen die in onszelf besloten liggen. Maar ook tot werkelijke compassie met iemand.
Compassie betekent letterlijk : samen lijden. Daar is in het Nederlands nog geen goed woord voor. Het woord medelijden heeft de gevoelswaarde van uit een meer eigen comfortzone zich over iemand heen buigen en die gaan ' helpen', bijna als vanuit de hoogte of van vermeende eigen rijkdom. Dat is splitsing vanuit een duaal bewustzijn. We vergeten dan de een geen spat beter is dan de ander en dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Bemin uw naasten als uzelf.
We kunnen alleen naast iemand staan die lijdt; maar we mogen iemand zijn eigen lijden niet afpakken, omdat iemand pas door de ervaring van eigen leed dit kan verwerken. Gebroken harten brengen ons tot onze meest intieme ervaring van nabijheid.
Hoe kan mijn hart ontzegeld worden, zonder gebroken te zijn? (Kahlil Gibran)Niets heeft mij zo dicht bij mijn eigen binnenste gebracht als de tranen bij mijn eigen leed. Ik bedoel niet zomaar huilend, maar mijzelf gunnend om stil te staan bij de pijnen en angsten die ikzelf hebt meegemaakt. De tranen - aanvankelijk misschien onder begeleiding van een ander mens - die dan vloeiden waren warm, verzachten niet alleen mijn ogen, maar ook mijn binnenste. Alsof alles in mijzelf weer soepel werd en tot leven kwam. Ze geven hun genade, deze tranen. Vaak gaan deze tranen als vanzelf over in tranen van lichtheid en vreugd. Heel merkwaardig eigenlijk.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten