vrijdag 23 mei 2014

Analyse van ervaringen. Appendix: wetenschap en bewustzijn

De  in de afgelopen 10 berichten beschreven visie op de toegang tot ons bewustzijn komt verrassend dicht bij wat moderne wetenschappers tegenwoordig over bewustzijn zeggen en over de verantwoordelijkheid die wij hebben voor de wereld en haar toekomstige ontwikkeling. 
Voor sommigen is het zelfs zo dat wijzelf de verdere evolutie kunnen en moeten sturen!

De in de tijd van de Verlichting opgekomen moderne Westerse wetenschap en het verbod van de kerk aan Descartes en andere wetenschappers om zich met ons innerlijk zielsdomein bezig te houden en de daardoor ontstane kloof tussen wetenschap en ons innerlijk, wordt in onze tijd gelukkig langzaam opgeheven.

Hieronder volgt een samenvatting van nieuwe visies in de wetenschap van de natuurkunde, de psychologie en de theologie. 
Deze appendix is nog onder constructie. 


1. Natuurwetenschap. 

1.1 Hoe ons bewustzijn de werkelijkheid mede schept.

(samenvatting van : Consciousness and Quantum Mechanics door Thomas McFarlane, 1988. Zie www.integralscience.org.)

De wereld is niet plat, ontdekte Columbus. Zij is ook niet louter materie;, ontdekte de quantummechanica.  Zij is beïnvloedbaar, spontaan en één. 

De werkelijkheid als materieel, gedetermineerd vastgelegd en uit afgescheiden delen gevormd, is een achterhaalde visie. Daarom zullen we de wereld en de mogelijkheden van ons bewustzijn  totaal moeten herzien. De vroegere visie op de wereld als bestaande als losstaande objecten, planeten die daar los in de ruimte hangen enz. is achterhaald door de visies vanuit de quantummechanica. Materialiteit en voorspelbaarheid zijn achterhaalde begrippen, de wereld is niet één grote machine.

a. Atomen zijn geen laatste vaste substantie maar golven van potentiële mogelijkheden
b. De wereld is niet deterministisch vastgelegd maar kent spontane mogelijkheden (dobbelt ' god' ?
c. De wereld is geen objectief gegeven buiten ons, maar hangt af van hoe wij ervoor kiezen haar te zien
d. Er bestaan geen losse aparte objecten, op vast plaats en tijd, maar alle ' dingen' zijn zonder vaste plaats verenigd in een ondeelbaar geheel samenhangend.

Wij zijn als de stof waaruit dromen gemaakt zijn.

We lopen stuk op solipsisme, alleen omdat we bewustzijn als een eigenschap van ons  lichaam-geest zien terwijl in feite ons eigen lichaam, onze gevoelens en onze gedachten objecten zijn die in ons bewustzijn verschijnen. 
Dit bewustzijn is geen persoonlijk particulier bewustzijn van aparte individuen. In  diepste wezen ben je de ander, je bent je vriend. (Als je van bewustzijn zou kunnen wisselen met je vriend, dan kun je dat niet merken. Bewustzijn beperkt zich niet tot enig particulier individu of object).

Objectiviteit lijkt nu verdwenen, maar dat is niet zo, het heeft alleen een nieuwe vorm aangenomen. Einstein: tijd en plaats zijn relatief want ze hangen er van af hoe je kijkt. Maar de wetten van de natuur zijn onafhankelijk van hoe je kijkt.  Verschijnselen, vormen, zijn relatief en ze kunnen niet gebruikt worden zonder te refereren aan wie er hoe naar kijkt. Het gezichtspunt van je vriend is niet minder dan dat van jou; jullie geven beiden een unieke expressie. Net zoals de schaduw op een object afhangt van de hoek waaronder het belicht wordt, is het gezichtspunt van jou niet meer waar of vals dan dat van je vriend. 
De objectiviteit is niet verdwenen, want er blijven algemene wetten en er blijft een potentiële wereld en niet alleen een toevallig schaduwspel in tijd en ruimte, waar er velen van als ' feiten'  kunnen verschijnen. 

M.a.w. er bestaat ' iets' waarin objecten en feiten niet op zichzelf kunnen bestaan en onafhankelijk van hoe we er naar kijken. ' Het geheel is niet zo geconstrueerd dat het in één oogopslag kan worden overzien' (Schrödinger). Wat aktueel wordt is waar we ons bewust van zijn. 

Samengevat: Het SUBJECT is de ENE bron van bewuste waarneming die straalt door de VELE individuën. 
Het OBJECT is het ENIGE mogelijke voor de verschijning van de VELE verschijningsvormen in ieders individuele wereld. 

De grootste veranderingen zijn dus niet de veranderingen van de wereld, maar de veranderingen in hoe wij de wereld zien.
Ver boven alle oppervlakkige technische veranderingen uit, draagt de ontdekking van de quantumwereld de mogelijkheid in zich om de basis van onze individuele en sociale acties te hervormen. Door de wezenlijke identiteit van zichzelf met andere schepselen te herkennen, zal men eerder handelen vanuit eenheid en compassie dan vanuit gescheidenheid en conflict. Vriendelijkheid naar anderen is vriendelijkheid naar zichzelf en wreedheid naar anderen is wreedheid naar zichzelf. 
En wat hier nog bijkomt is dat door de erkenning van de eenheid en samenhang van alle schepselen, een basis gevormd wordt waarop alle politieke, ideologische en culturele verschillen verbleken, verschillen die zo veel problemen veroorzaken in de wereld. In de quantumwereld is afgescheidenheid maar de helft van het hele verhaal. Onder alle verschillen ligt eenheid. Er wordt op ons gewacht.



1.2  De ontwikkeling van ons bewustzijn in een holografisch frame. vervolg natuurwetenschap):

(samenvatting van The Holographic Pinciple and the Evoluiton of Consciousness. Mark Germine. Institute for Psychosciense)

De essentie en de totaliteit van het universum die opgeslagen is in de mens ontwikkelt deze steeds verder voorgaand van eeuw tot eeuw. Teilhard de Chardin.
Het holografisch principe houdt in dat de informatie in een gebied in tijd en ruimte zich bevindt aan de oppervlakte van dat gebied. En dat betekent dat aan de oppervlakte van ons hersenen de aktuele info van het universum te vinden is: het  aktuele ' nu' . In de diepere geneste lagen daaronder is de hele geschiedenis van het begin van het universum tot nu te vinden, alle informatie!  Ons bewustzijn heeft toegang tot die informatie zodat Universeel bewustzijn de tijdloze bron van actualiteit is in onze geest.

Naarmate we meer en gedetailleerder ervaren en daar bij stil staan, bij het ' nu',  in die mate krijgen we meer Informatie! 

Ons brein bestaat uit een geneste hiërarchie van oppervlakten die gerangschikt zijn vanuit het meest elementaire: neuronen, groepen neuronen, het hele brein. De informatie van de geschiedenis vouwt zich vanuit de diepte steeds verder uit tot aan de oppervlakte.
Dat is microgenese: het uitgroeien tot een mentale staat door een proces van ontwikkeling en evolutie. Vandaar ons vermogen tot ' herinnering'  (zelfs van vroegere levens) en tot toegang tot universele informatie, ook teruggaande in de tijd (vroegere nu's die toen aktueel waren.  
Het Holografisch principe kan ons aldus helpen om de eenheid en de mechanismen uit te leggen van  waarneming, ervaring, geheugen en bewustzijn.

Onze info-opslag hangt niet af van de grootte (van bijv. de hersenen of microchips) maar van de ' oppervlakte' . Hoe meer kronkelingen enz. hoe meer data-opslag is mogelijk (Bekenstein principe). Het kleinste opslagmedium is het quantum.

Onze waarneming creëert een dualiteit van subject en object. Zo denken we dat informatie objectief is en wat we ervaren subjectief.  Maar die dualiteit bestaat niet!! Informatie en wat we ervaren  is een en hetzelfde!
Ieder onderdeeltje van ons universum leeft. Ieder organisme leeft door wat het ervaart. Het universum ook!! Wij zijn één met wat her universum beleeft.

En deze informatie dooft niet uit als de tijd vordert.  Bij de lichtsnelheid weten we, staat de tijd stil. Licht is essentieel tijdloos. Het is eeuwig.

En nu komt het! De lagere niveau's van quanta kunnen pas tot mogelijkheid komen door een kennende entiteit, die ons bewustzijn is.  M.a.w. we scheppen met ons bewustzijn, we sturen de mogelijkheden van het universum. Ons bewustzijn maakt bepaalde ontwikkelingen mogelijk. Maar niet ons ego-bewustzijn, dat is te oppervlakkig beperkt en ziet niet alle bovengenoemde verbanden en samenhangen. Er wordt gesproken over mensen die de ego-barrières van hun bewustzijn doorbroken hebben, en zo in synchroniteit in contact staan met anderen (zo kun je dromen over iemand terwijl er met die persoon iets gebeurt).
Dit met elkaar in verbinding staan zonder straling of internet, zodat de verbinding nooit gehackt kan worden, is onlangs in een experiment waar gemaakt door de TU Delft. 

Als wij als mensen kennelijk over de kracht van dit bewustzijn beschikken (door de oppervlaktekronkelingen en onderliggende neurale netwerken in ons brein), dan is de grote nog niet beantwoordde vraag niet hoe dit alles mogelijk is, maar 
Waarom al die veranderingen en evolutie in ons brein gebeuren?

Het gebeurt in ons brein, hetgeen nog niet wil zeggen dat het door ons brein gebeurt of in ons brein zit. Net zoals we wel zeggen dat informatie in een boek zit of in een computer, maar dit niet voldoende verklaart waarom wij die info tot ons kunnen nemen. 

Aldus ontstaat er een ' theory of mind' . Vragen zijn hier: ' Waarom kan een ervaring duren (verklaard uit quantum leaps)' . ' Waarom kan in een discontinu proces een ervaring toch van een fundamentele actualiteit zijn?' Waarom reikt die tot die diepte en tot vermoedens van vroegere 'nu's ' tot in de tijdloosheid, en ' eeuwigheid' ? 
Dit ' binnenhalen' van eeuwige objecten is fundamenteel voor iedere duur die het uitgroeien tot een entiteit vraagt en op deze basis kwam Whitehead ertoe om te spreken van ' an eternal heaven in constant intercourse all of its creation' .

Hier ligt de verbinding tussen de fysieke en mentale pool van het proces. De quantum leap verklaart deze mogelijke overgang van tijdloos naar een nieuwe actualiteit in het nu.  
De reden om te ' worden' is volgens Whitehead altijd de actualiteit zelf, die zich ' verheugt' in zijn verbindingen en ' tevreden' is met zijn nieuw worden. Aldus koppelt W. de kwantummechanica aan een theorie van de geest (Process and Reality, 1929/1978).

Door het proces van nieuwheid en door het proces van microgenese bij de voortgang van gevoelens, geeft het Zelf aanleiding om dit zelf als ego te beleven, in de objectieve wereld bij het einde van het microgenetisch proces. Wij zien (bv. in de spiegel) het ego en niet het Zelf en aldus vergissen we ons door het Zelf te verwisselen met ons ik . Dit proces is verborgen voor ons bewustzijn.

Jongere stadia van de evolutie en de ontwikkeling liggen als top boven de oudere stadia.
De Mind is onze plaats. Ons diepste doel voor onze geest is om te resoneren op de boven-bewuste stadia van wat we ervaren. Zoals het doel van de radio is om een symfonie te spelen. Als we de symfonie niet willen horen, draaien we de radio uit. Daarom kan ons transpersoonlijk bewustzijn onze individuele en collectieve radio uitzetten, of zachter zetten als we niet in harmonie zijn met de Universele Geest.

Vergeet  niet dat de dichotomie tussen info en ervaring vals is. Veel prominente neuroscientisten zien dat niet.  Alle mentale functies zijn voor hen puur mechanisch en gebaseerd op de lokale functies  van specifieke gebieden in ons brein. Voor hen zijn we wezens zonder ziel. (soulless), niet meer dan een verzameling neuronen. De ziel is voor Crick (1995) een groep neuronen die gelokaliseerd zijn in de prefrontale kwab van ons brein.

De visie die Whitehead echter ontwikkelde  met zijn ' eeuwige objecten'  (zie eerder) sluit aan bij Plato (eeuwige objecten in de primordiale goddelijke natuur) en bij Jung (archetypen van ons onbewuste, die gebaseerd zijn mythologische, religieuze en alchemistische constructies). (Voor Prigogine (1980) is fysische tijd secondair t.o.v. ' interne tijd' (Mentale processen houden een 'duration' in van die processen; dus van een ervaring?).  

In de ' wetenschap' is er de neiging om empirie als de enige weg naar kennis te zien. ' Direct kennen' buiten de zintuigen om of deze transcenderend ziet die wetenschap als pure mythe. Deze theorie mist precisie en verklaart veel verschijnselen niet (zoals waarom we de complexiteit van taal en mathematische systemen kunnen begrijpen en ontwikkelen. We kunnen alleen functioneren en ons aanpassen wanneer we contact hebben met hogere niveau's van ervaring, zoals het holistisch principe verklaart. 
Voor Plato is alle kennis een recollectie of een herinnering. Het reactiveert  vroegere fasen uit de schemergebieden van het onbewuste . ' Glimpses of Truth.  Voor de psychiater Trigant Brown (1927) is het gebrek aan contact daarmee de bron van de neurosen. Het is niet meer te ontkennen dat mechanismen voor ons geheugen gelegen zijn in de structuren van ons brein. William James (1898) gebruikt de analogie tussen licht en een prisma . Het prisma produceert geen licht maar geeft het door. En James vervolgt: ' wanneer we denken aan de wet dat een gedachte een functie van ons brein is, dan is het niet nodig alleen aan een productieve functie van ons brein te denken. We are entitled also to consider permissieve or transmissie funtion. En dit laat de gewone psychofysiogie buiten beschouwing. 




1.3 Het akashaveld

De volgende woorden zijn van iemand (Ed Alberts) die met mij en enkele andere wetenschappers in een zogenaamde bewustzijnsgroep regelmatig bijeen komen.

' Verbindingen met het Akashaveld  (term van Laszio) treden soms spontaan op, er zijn veel ervaringen te noemen, onder andere die van creatieve kunstenaars.

Er zijn nu opleidingen waarin word geleerd op gecontroleerde manier informatie uit het Akasha veld te halen. Hoewel de gebruikte termen wat esoterisch aandoen (intuïtieve ontwikkeling, aura's, chakra's, energie) is 
dit gebaseerd op de mogelijkheden waarover ieder beschikt, en die overigens ook door ieder in het dagelijks leven meestal ongemerkt worden gebruikt.

Bekendheid met deze ontwikkeling is sinds de jaren 80 van de vorige eeuw sterk toegenomen, niet alleen in esoterische kringen. 
Er wordt veel nagedacht over de potenties van deze ontwikkeling voor opvoeding, opleiding, gezondheidszorg en wetenschap.

Laszlo stelt dat een veel grotere toegang van het individu tot de informatie in het Akasha veld zal leiden tot hogere vormen van het individuele bewustzijn, toename van begrip van het grote geheel, de cosmos, en afname 
van het op ik-belang gerichte bewustzijn.

Als oprichter van de Club van Boedapest (1993) verschijnt Laszlo nog regelmatig in het openbaar, waar hij aandacht vraagt voor mondiale duurzaamheid, en pleit voor een evolutie van menselijke waarden en het 
menselijk bewustzijn, als cruciale factoren in een koersverandering van een wedren naar verval, polarisatie en rampspoed' 



2. Psychologie


2.1 Van fysiek naar psychisch (naar Pesso)

Pesso gebruikt de nieuwe metafoor uit de neurowetenschappen die ik  elders  beschreven heb, in zijn therapeutisch handelen (Perquin, 2001; Amundsen, 2009; Pesso, 2001, 2002, 2009).
De celwand is dan de metafoor voor de noodzakelijke ik-functies van een mens, waarmee hij zijn gedrag psychologisch sturen kan en beslist wat naar ´buiten´ mag en wat naar ´binnen´ wordt toegelaten. Het ´ik´ is zijn interface, een soort controlecentrum van waaruit je zelf kunt sturen. Maar dat sturen moet je als mens aanleren want de mogelijkheid tot regulering en controle is ons niet van nature gegeven.
Een juiste ontvangst door onze ouders, als ‘verwelkomers van het Universum in ons aardse bestaan’, kan ons tot een compleet voldragen mens helpen maken. Als deze ontvangst niet helemaal aan onze persoonlijke behoeften beantwoordt, dan kan dat alsnog therapeutisch worden toegevoegd. 

Iedere reactie en niet-reactie op de signalen van een baby heeft tot gevolg dat er synapsen en neurologische verbindingen worden aangelegd in de hersenen, waarop de baby later kan teruggrijpen. Zo vormt zich een mens en wordt langzaam ´af´ gemaakt. 
Geen dier, zei Darwin al, is zo uniek als de mens in de uitzonderlijk lange tijd die nodig is om hem onafhankelijk te maken van zijn verzorgers. De meeste dieren kunnen zichzelf redden binnen zes maanden. t
Een kind kan aanvankelijk alleen een signaal van onplezier aangeven in de hoop dat dit opgepikt wordt en vertaald als behoefte aan voedsel of drank. 
Heeft een kind op een gegeven moment een communicatiesysteem ontwikkeld dat succesvol functioneert voor een bepaalde behoefte omdat het signaal wordt opgepikt en begrepen, dan kunnen we zeggen dat dit is opgenomen als een ik-functie, die – zoals bij de celwand – nu duidelijk kan controleren wat naar binnen moet komen en wat het naar buiten toe wil uitzenden (zie ook figuur 6 aan het begin van het IIIe deel over verborgen geweld). 

Bij succes wordt het gemakkelijker communiceren voor beide partijen: een duidelijk signaal krijgt een duidelijk antwoord. 
Het kind ´weet´ dan bijvoorbeeld ook dat op het geluid van het klaarmaken van een fles, daarna melk volgt voor hem. Hij heeft een mentale representatie gemaakt, een herinnering in ´het oog van zijn psyché´. Het membraan, de fysieke celwand, heeft nu ook een psychologische functie gekregen. 

Het systeem van het kind moet leren om, eenmaal geboren, die basisbehoeften ook ´psychisch´ in te kunnen nemen. Een letterlijke plaats wordt een plaats in het hart van de ouders, hij moet zich ook voeden met de liefde en belangstelling van zijn verzorgers. 
Begrenzing wordt van de eerdere foetuservaring dat je vrij kunt schoppen tegen de baarmoederwand, tot de uitzinnige ervaring dat je kunt handelen en jezelf kunt uitdrukken zonder dat dit tot gevaar leidt. 
De basisbehoeften worden nu meer psychologisch of anders gezegd: meer emotioneel dan puur fysiek. Emoties zijn nu de uitdrukking van ´het lichaam in de psyché´, dus van fysiekemotionele indrukken die in de psyché ervaren worden. Gevoelens kunnen van nu af herkend worden in het lichaam. 


Satisfaction of Basic Developmental Needs
Place
Nurturance
Support
Protection 
Limits

Figuur uit  Genetic Nature Requirements  I. Diaserie Pesso. www.pbsp.com

In innerlijke lichaamsbeleving worden de emoties gevoeld en we krijgen er via ons lichaam contact mee. Mannen zullen hun emoties beter leren voelen en verwoorden wanneer zij contact hebben met deze innerlijke lichaamsbeleving. 
De tegemoetkoming en het steeds maar herhaalde antwoord op basisbehoeften in zijn kinderjaren is de garantie voor een echt zinnig leven voor een mens. 
Wil een leven kwaliteit bezitten, dan is er plezier in het bestaan nodig, verbinding met anderen en betekenis in het leven. Dat levert gevoelde voldoening op. Dit samenhangend geheel leren we langzaam evenals onze emotionele communicatie. 
Emotie moeten we leren vertalen in een woord. Dat woord moeten we zo kunnen kiezen dat we daarmee ook verschillend soortige emoties van elkaar kunnen onderscheiden. Deze articulatie van emoties en zelfs de herkenning van emoties heeft vaak ontbroken in de opvoeding van mannen. Maar zij kunnen die articulatie en herkenning van emoties wel aanleren.

Juist een psychotherapie die ook op lichamelijke emoties is gebouwd, zoals de Pesso-psychotherapie, is uiterst geschikt voor mannen en voorkomt dat hun therapie of coaching perverteert tot een rationeel en louter verbaal dispuut. 
De mannelijke verheerlijking van objectiviteit en de voorkeur van hen voor de ratio boven emotie, kan vanuit onze voorgeschiedenis mede verklaard worden. Niet alleen is zij evolutionair bepaald, maar ook identificatie met voor hen belangrijke mensen in de omgeving is een factor evenals de tijd en heersende cultuur.

Een voorbeeld van bepalende invloeden uit de cultuur is onze Christelijke beschaving. Oorspronkelijk, bijvoorbeeld bij de Grieken en later in het christendom wordt gedacht dat een zelfstandig rationeel denken als middel tot eigen vrijheid, los van emoties en lichaam mogelijk zou zijn. Emoties kwamen bij de Grieken van buiten het lichaam, ´van de goden´. En in het christendom wordt het lichaam de plek waar de duivel regeert. Slechts het rationeel denken zou ons daarvan kunnen bevrijden. 
Maar op de keeper beschouwd was rationaliteit bij de Grieken niets anders dan een toevallige afspraak. Als meer mensen hetzelfde dachten, werden de meningen objectief en verantwoord gevonden, niet meer dan dat! De bedradingen die in de hersens van een man ontstaan, hangen dus van veel meer af dan van zijn miljoenen jaren geleden gevormd DNA. 
Ook school, voorbeeld van anderen, media hebben hun invloed in de hersenen. De idee dat lichaam en denken los van elkaar staan, splitsing van lichaam en denken is door de recente neurowetenschappen achterhaald. 

De kwaliteiten van zinnig en voldoening gevend leven (zoals plezier, betekenis, bevrediging, verbinding met anderen), hangen onderling nauw samen. Je kunt je niet alleen aan je ratio ophangen of los maken van dit geheel. Is een bedrading onvoldoende mede bepaald door ontbrekend contact met een ouder, dan beïnvloedt dat ons hele gemoed. Dan ontstaat er een gevoel van betekenisloosheid, pijn en frustratie. 

Wanneer er te weinig veiligheid is, dan compenseert het kind dit door het besluit te nemen: ´dan zorg ik wel voor mijzelf´. 
Geholpen worden is dan gekoppeld aan gevaar, dus iedere eigen behoefte wordt direct vertaald in zelfzorg. Ervaringen van angst en onveiligheid zijn vastgelegd als corticaal netwerk in de hersenen en als ´herinnering´ kan men er op teruggrijpen. Bijna reflexmatig zal het kind nu voortaan iedere benadering als vijandig ervaren en zal dit ook als volwassene nog zo beleven. We zijn dan in de competitieve mannenwereld beland.

Hoewel genetische invloed van voor de conceptie en hormoonspiegels in de moederschoot sterk bepalend zijn voor onze geslachtskeuze, behoeven we daar niet volledig door bepaald te worden. We kunnen met onze eigen wil kiezen wat wij leuk vinden en zijn niet veroordeeld tot alleen stereotiep mannelijk gedrag.














Voorgoed verloren paradijs? Of blijvend in de psyche verankerd of later alsnog hersteld?



Je ziet dan later ook veel mannen een oververantwoordelijkheid ontwikkelen die niet prettig aanvoelt voor een ander, een regisseurschap vanuit een dodelijk ernstige rol waarbij de partner klein gehouden wordt. Soms met de beste bedoelingen en zogenaamd vanuit de hoogste morele standaards. 
Waarom verlaat de man zo´n zware dodelijke rol niet? Omdat het zich in onder de oppervlakte van het bewustzijn afspeelt. De man heeft zelf de depressieve pijn van wat hij te kort gekomen is, verdoezeld door er de bekende troost gevende fantasie van redder voor in de plaats te stellen, die hem nog enig zelfgevoel oplevert. 

Zowel bij meisjes als jongens heb ik deze edele trekken, waar de wereld het ten slotte van moet hebben, aangetroffen als studentenpsycholoog. 
Het gaat hier om in vele opzichten begaafde jongeren, die vaak ook de praatpaal van hun omgeving zijn en veel bestuursfuncties vervullen. Ook kinderen van gescheiden ouders vertonen dit te sterke gedrag nog al eens, tot zij eronder bezwijken omdat ze niet op tijd hun eigen behoeften hebben leren kennen. 
Het loslaten van dit soort posities is uiterst moeilijk. 
Het lijkt op een rouwproces, men krijgt er in de eerste plaats niets voor terug, maar moet iets afstaan. Toen ik zelf het priesterschap achter mij liet, had ik aanvankelijk heimwee naar die positie, die macht ervan en het – in die jaren nog geldende - aanzien. 

Dit boek gaat met dit nieuwe neuropsychologische model en de voorbeelden uit de Pesso-psychotherapie dieper dan de bekende waarneming dat mannen slecht hun emoties tonen. 
Ik besteed veel aandacht aan het belang om voeling te leren hebben met eigen innerlijke lichaamsbeleving, want het lichaam is de plek waar we onze emoties kunnen waarnemen en onderscheiden. Daar is ook de plaats waar we tot ons innerlijk kunnen doordringen. 
En daar kunnen we ook werkelijk onze onbalans leren voelen en het verlangen naar een oplossing daarvan. In de diepte van onze natuur, in ons wezen, liggen ook de genezende krachten van onze ziel. 

Voor Aristoteles is het lichaam het oog van de ziel. Ons ware zelf, de meest intieme dimensie die men zich voor kan stellen, is het geheim van de Graal, die parel boven elke prijs, het doel van zijn reis en verlangen. Daarom zal het mannelijk lichaam en de innerlijke beleving van het lichaam veel aandacht krijgen in latere hoofdstukken. 



woensdag 21 mei 2014

Analyse van ervaringen. 10 De meest intieme ervaring (nr.10 van serie berichten, die begint op 5 mei 2014)

In vervolg op nr. 9 over de mogelijke godservaring, was ik direct de dag erna notabene, voor het eerst sinds tijden down. Diep teleurgesteld, bijna wanhopig. De blijheid van het vorige bericht en het inzicht daarin (hoe het nu zat met godservaring), verdween omdat ik weer in een oude val trapte. Inzicht en een nieuw gevonden concept, doen ons vaak het openstaan voor wat zich aandient, vergeten. Ik meende een houvast gevonden te hebben, maar bleef daarmee volledig in mijn hoofd.

Een goede les, want nu besef ik weer sterker- maar wel voor de zoveelste keer trouwens,- hoe een ' inzicht'  of ' gevonden waarheid' mij blokkeert voor anderen (die t niet hebben), en voor eigen grenzeloze openheid. Het contact met anderen, met de werkelijkheid en met mijn diepere eigen wezen, laat ik zo iedere keer weer vervagen.
Zoals je als kind kunt steunen op een vader of moeder, of zoals je in het oude christendom je aan een ' god' kunt overgeven en daar alles van verwacht (in een Ik-Gij relatie), zo vertrouwde ik nu op mijn gevonden concept en inzicht en verloor mijn openheid en verliet de ' wolk van niet-weten' en van zich ieder moment aandienend nu en het  ervaren mysterie daarvan.

Of om het kernachtig te zeggen: het is mijn - en volgens mij ieders -  diepgewortelde verlangen naar objectivering (het stellen van iets tegenover mij, weg van de subjectieve ervaring) en dit alles ten dienste van illusoire gevoel van zogenaamd 'zelf' .
Maar op die manier vind ik iedere keer weer slechts tijdelijk ' houvast' (en kan ik enthousiast gaan schrijven en anderen laten zien wat ik zelf gevonden heb) . Daarmee verlies ik iedere keer wat ik eigenlijk als ideaal nastreef en waar ik me in wil bekwamen, ik verlies de gewaarwording van wat zich echt in mij als de moeite waard aandient. Ik verlies ook de openheid voor een ander en voor wat zich vanuit de wereld verschijnt voor mijn ogen.

Wat levert dat loslaten van directe houvasten  eigenlijk op? Waarom zo een moeite doen of moeilijk doen? Dat wat men ' leegte'  (als houding van grenzeloze openheid en loslaten) noemt, wat komt er dan naar voren, wat is de ervaring van dit wat men mysterieus het ' niets' noemt?
Wanneer ik me op die loslaathouding toeleg, wanneer ik er voor waak niet in gedachten te blijven hangen, en er op let om mij niet aan inzichten en theorieën vast te blijven houden, dan kan ik mij rustig en kalm gaan voelen, dicht bij mij zelf, en dat benadert de meest intieme ervaring die wij als individuele mensen hebben kunnen. Het dicht bij mijzelf, brengt vanzelf warme mee en compassie voor leed in mijzelf en anderen; vanzelf.

Wanneer de hunkering naar houvast, roem, erkenning, verlangen naar de bevestiging van een ander, of van 'een god' buiten mij, tot rust gekomen is en ik steun op mijn eigen volwassen bij mijzelf gebleven gevoel, dan doet er zich voor wat men wel noemt ' de vereniging van vreugde en leegheid'  zich voor, mijn hoogst geïndividualiseerde zelfuitbeelding van de ware Geest. Wat men enigszins verwarrend ' leegheid'  noemt, blijkt dan vervulling en openheid te zijn.
Dan trek ik geen cirkels meer rond het onbekende, ruimte is er dan, wijdsheid en horizonten die steeds verder wijken. In kalmte is het heerlijk zo te vertoeven, het zingt licht en vrolijk in mij.

Als ik een god was, zou ik het zo willen voor iedereen. Pas zo komt iedereen tot zijn recht en de wereld en de werkelijkheid ook.

Overigens komt de hierboven besproken visie verrassend dicht bij wat moderne wetenschappers tegenwoordig over bewustzijn zeggen.  Zie hiervoor de appendix, achter deze berichten. Vast een citaat daaruit:

Er wordt veel nagedacht over de potenties van deze ontwikkeling voor opvoeding, opleiding, gezondheidszorg en wetenschap.

Laszlo stelt dat een veel grotere toegang van het individu tot de informatie in het Akasha veld zal leiden tot hogere vormen van het individuele bewustzijn, toename van begrip van het grote geheel, de cosmos, en afname 
van het op ik-belang gerichte bewustzijn.

Als oprichter van de Club van Boedapest (1993) verschijnt Laszlo nog regelmatig in het openbaar, waar hij aandacht vraagt voor mondiale duurzaamheid, en pleit voor een evolutie van menselijke waarden en het 
menselijk bewustzijn, als cruciale factoren in een koersverandering van een wedren naar verval, polarisatie en rampspoed' 

maandag 19 mei 2014

Analyse van ervaringen. 9 De godservaring (deze serie berichten begint op 5 mei 2014)

Toen ik lang geleden een maand in retraite ging, in stilzwijgen, viel ik van mijn godsgeloof af, ' van het geloof van mijn vaderen' . Er werd veel te veel in dat klooster daar gesproken en gebeden tot een verticale Ik-Gij relatie. En die ' god'   kon ik niet zo ervaren als ik eerlijk was. 

Welke godsbewijzen ik later ook las, welke absolute claims de kerk ook aan mij wilde opdringen, ik kreeg die godservaring die zij bedoelen, niet. En tegenwoordig bijna iedereen met mij kent die ervaring niet in ons post-moderne tijdperk. Het lijkt dat velen daar niet om talen; anderen maken zich er wel druk over bij de ervaring dat wij in dit bestaan geworpen zijn, dat wij roependen in dit heelal zijn en alleen maar de echo van ons eigen roepen terugkrijgen.

Toch vond ik het aanvankelijk vreselijk dat ik - wat de grond van mijn bestaan was en haar vanzelfsprekendheid en nabijheid - kwijt was en nergens terug kon vinden als ik eerlijk wilde zijn tegenover mijn eigen ervaringen.
Er is mij veel aangeboden in de loop der jaren door magiërs, door guru's, door sjamaanrituelen, door energie-makers die mij contact met engelen beloofden of chanelen. En als ik hen niet geloofde: ' dan was ik er nog niet aan toe', zeiden zij.  Maar ik wilde vooral trouw blijven aan mijn eigen ervaringen en niet op gezag van een ander iets aannemen. Ik kon het niet eens.

Ik heb zelf moderne theologie gestudeerd; ik heb de bijbel leren interpreteren als de verhalen van een volk dat haar eigen visie gaf op haar verleden en waar nog een existentiële boodschap voor ons in gelezen kan worden. Het werkte wel, ook in mijn preken, maar steeds meer stuitte ik op mensen die  zeiden: ' ja, de een legt het zo uit, en de ander weer anders. Ze zoeken het maar uit'.  Ik ben  opgehouden met preken vanuit de uitleg van de Heilige Schriften, ze zijn teveel verknoeid en belast en stammen bovendien uit een voorbij tijdperk.

Doordat ik zelf langzamerhand meen te begrijpen wat de eigenlijke bedoeling is van godsdienst,  zag ik ook hoe nodig het is haar oude vormen te verlaten.  Eventueel kunnen we naar ' godsdienst' terug keren als we daar behoefte aan zouden hebben,, maar pas als we door Zen zijn heengegaan.
Zen is een leerschool om de diepte van onze eigen ervaringen te analyseren, en dat is precies wat ik in deze berichtjes wil.

Misschien is dit bericht te vroeg, want mijn zoeken naar diepte- ervaringen die op realiteit gebaseerd zijn, is nog enigszins wankel en nauwelijks van voorgaande donkere moeilijkheden ontdaan. Maar toch tekent zich een weg af; en ik ben daar zo blij mee, dat ik er toch over ga schrijven.

Allereerst :Nietzsche-klaagde erover dat de kerk ' god' had doodgemaakt. Hij schrijft verder, tegen al die absolute zekerheden waarmee de kerk ons van buitenaf in allerlei dogma's wilde laten geloven.
            
                het is niet genoeg dat je begrijpt in wat voor werkelijke onwetendheid
                over alles mens en  dier leven;
                je moet ook de wil hebben en die verwerven
                om onwetendheid te eerbiedigen.
               Alleen  het levende ding kan zichzelf behoeden en  gedijen;
               een grote en stevig jouw overkoepelende hemel van onwetendheid
               moet jou omvatten.

Met onwetendheid bedoelde hij wat Zen bedoelt: iedere voorstelling, iedere conceptie die wij van iets maken, beperkt ons, scheidt ons van anderen, doet onze ogen sluiten voor de directe waarneming van iets, en doet ons vergeten hoe alles een mysterie is. Ieder ' iets'  dat wij waarnemen is een van de vele vormen wier gedetailleerde existentie ons tot aandacht kan brengen. Een formule die die verhouding uitdrukt is: ' het is geen 1'  (want het is in menigvuldige apartheid), en ' het is geen 2'  (want het is niet alleen maar verschillend van vorm, maar is de uitdrukking van een diepe essentie waar wij zelf deel van zijn, uit bestaan We zijn niet anders dan anderen, we zijn het universum).

Dit is veel, hier wordt veel gezegd. Maar het belangrijkste voor mij is, dat hier mijn verhouding tot het goddelijke duidelijker wordt. Het is geen I-Gij relatie, maar het is eerder een relatie die in mijzelf gegrondvest is. Wie ben ik eigenlijk? Als ik meer ben dan mijn beroep, mijn status, mijn karakter, wie ben ik dan eigenlijk? Hoe is mijn relatie tot mijn diepste zelf? Ben ik twee als ik tot mij zelf praat? Wie praat tot wie? En wie verlangt zo diep en waarnaar? 

Ik denk dat ik het denken in IK-U nu wel kan gaan verlaten.  Ik ga de relatie met ' god'  nu op dezelfde wijze zien als in mijn vorige bericht de relatie tussen partners. Deze is  niet gezond en reëel  wanneer de partners eerbiedig naar elkaar opkijken en op hun knieën gaan liggen of voor hun zelfbevestiging en troost tegen de ander aanhangen, of de ander moeten bidden om troost, maar pas volwassen en stevig is hun contact als zij  als twee zelfstandigheden autonoom staan, met eigen vrije wil, en op dezelfde grond maar op hun eigen deel van de grond gevestigd staan.

In het volgende bericht ga ik mijn nu verworven visie en gevoelde ervaring nog gedetailleerder uitwerken en verduidelijken, want het beeld dat ik nu heb, heeft verregaande consequenties, maar het belangrijkste: het kan ervaren worden en wel in realiteit en niet in fantasie.

Een geduldige onbevangen aandacht brengt ook de gaten in het persoonlijkheidsproces aan het licht. Dit kan het gevoel met zich meebrengen dat je uit elkaar valt. Een gevoel van grote droefheid en eenzaamheid kan optreden, alsof een essentieel deel van jezelf, een orgaan dat greep op de werkelijkheid uitoefent, aan het afsterven is. Tegelijk merk je dat de werkelijkheid buiten je een reusachtige stap naar je toe heeft gedaan. Alles wat je ziet wordt intiem, nabij, alsof het gaat om een persoonlijke ontmoeting tussen jou, je zintuigen en wat je waarneemt. Het geeft een gevoel van verbondenheid een gevoel van empathie met de wezens en de dingen. Tegelijk krijgt elk wezen, elk voorwerp, diepte, omdat je oppervlakkige blik van eigenbelang wegvalt.
M. Duchamp schreef een werk over waarneming: 'de bruid ontkleedt door haar vrijgezellen' Een huwelijk met onszelf, transcendent vrouwelijk inzicht in leegte. Leegte betekent 'zonder bedekking', want ze verschijnt als een naakte vrouw, gloeiend van passie. In haar linkerhand een schaal waarin een stof om de ontregelende kracht van de liefde aan te wakkeren. In haar rechterhand houdt ze een mes waarmee ze alle conventionele voorstellingen doorsnijdt...
De bovengenoemde 'achtergrond' i (tussen de filmbeeldjes door, het automatische voorbij) s als een partner, maar 'geliefde' is wellicht een betere benaming , geliefde en vereniging in één. Als je haar ontmoet, weet je dat zij het was, waar je je hele leven naar verlangd hebt, zonder te weten waarnaar je verlangde. ......De ' achtergrond' is zij niet een deel van onszelf? Daarom zeggen ze dat het verlangen de geliefde is. (Het gehele stuk vrij naar en Uit: De verbeelding aan de macht. Meino Zeillemaker. In : Humanisme en Boeddhisme. F. Elders (2000). Asoka)





Analyse van ervaringen. 8 Zielservaringen (deze serie berichten begint bij bericht 1 op 5 mei)

' De morgenbries woei aan de ziel der Perzische rozen' , dichtte Louis Couperus.
Een van de mooiste woorden voor ons binnenste is ' ziel'. Dit woord heeft door alle eeuwen heen stand gehouden en wordt weer steeds meer gebruikt. Het mooie is dat iedereen weet wat we met het woord ' ziel' bedoelen terwijl dit woord zich toch onttrekt aan een nauwkeurige definitie.

' Je hebt me op mijn ziel getrapt'; ' hij heeft zijn ziel aan de duivel verkocht'; de Russisch ziel. Het zijn allen uitdrukkingen die ons meest authentieke zelf betreffen, onze diepste karakteristiek. ' De mens waant zich' , volgens Heidegger, ' de heerser der aarde maar komt zichzelf nergens meer tegen' .

In zijn eigen ziel kan een mens zichzelf echter wel tegenkomen. Onze ziel is namelijk niet iets dat van boven door ' god ' is ingestort, zoals theologen ons vroeger plachten voor te houden, maar de ziel rijst uit onszelf  op  als het meest levende van ons,  en van alles dat wij bezield noemen.
 Een dans kan bezield zijn, een stierengevecht ook, een gezicht. Het is leven van binnen uit. Het is niet een substantie zoals filosofen wel eens gedacht hebben, zij is niet te vinden als je het lichaam opensnijdt. Zoals een modern wetenschapper mij eens zei: ' dit meest levende verlaat ons bij onze dood omdat de dynamisch kinetische stabiliteit ophoudt bij ons dood gaan' . Wat daarna?

Een zielservaring behoort tot de meest intieme van ons binnenste. Meer dan een puur lijfelijke ervaring. Meer dan iets dat wij van buiten af bewonderen. Het is een innerlijke ruimte in ons, een bedding waar het leven doorheen stroomt en dat voelen wij. Het meest werkelijke van de werkelijkheid resoneert daar . Een ruimte - volgens de mysticus Eckhart - waarin degene  'die al onze godsvoorstellingen te boven gaat'  tot ons spreekt en op de roep waarvan wij in een hoogst persoonlijke  antwoord op kunnen reageren.  Dit antwoord karakteriseert onze typische individualiteit.




Onze ziel is de brug, het contact, tussen onze aardse vorm en onze oorsprong.  Dus tussen alles dat een naam heeft en dat wat waar geen namen meer voor zijn. Volgens Jenne Gieles veroorzaakt Oorsprong in haar absolute stilte een beweging, trilling en energie. Deze trilling kan zich door ons bewustzijn vertragen en zo verdichten. De ziel is dan een unieke energievorm die het mogelijk maakt haar in een lichamelijke vorm (dichtheid van die materie)  te ervaren is. Hoe fijner de trilling, hoe wijder onze uitstraling.
Onze ziel heeft het vermogen zichzelf te leren kennen. Onze zielsvermogens zijn: ons denken, voelen, willen, intuïtie en voorstellingsvermogen, en uiteindelijk een ontwijfelbaar weten.




Wanneer we niets aan onszelf doen, hebben we een plat leven. Dit gebeurt als we niet verder kijken dan onze neus lang is (het kleine zwarte driehoekje in de figuur hiernaast). Dit overkomt ons wanneer we ons op status laten voorstaan, een image aannemen, ons volledig identificeren met de toevallige vorm, van ons beroep, stand, functie.

We zijn dan stereotiep voorspelbaar, niet spontaan, leven nauwelijks, weinig toegang tot onze innerlijkheid.

Onze verhouding tot de wereld is dan mechanisch, zonder gevoel voor romantiek, zonder humor en innerlijke diepte (geen contact met het rode gebied in de figuur hiernaast).


Onze ziel is de innerlijke manifestatie van wie wij zijn en drijft ons naar contact met onze oorsprong.

De ondertitel van dit boekje is: woorden voor ons binnenste.  In dit bericht gebruiken we woorden als vorm, ziel en oorsprong. Maar wat bedoelen we bijvoorbeeld met het veel gebruikte woord ' geest' zoals bijvoorbeeld in de uitdrukking : 'een opgeruimde geest'? 

In de Nederlandse taal kan geest twee betekenissen hebben: zowel in de betekenis van
1. verstand, denkvermogen, bijvoorbeeld in de uitdrukking: Hij heeft een heldere geest: denkvermogen (in het Engels ' Mind' )
2. als in de meer spirituele betekenis van geest tegenover materie . Spiritueel is afgeleid van het Latijnse spiritus, dat Geest betekent en verwant is aan het ijle maar noodzakelijke adem. (In het Engels spiritual).  Het is een subtiel werktuig in handen van het Zelf waarin het rationele en het emotionele gehanteerd worden.

Deze paragraaf behandelt zielservaring. Zijn dat goddelijke ervaringen? Daarover ten slotte in de laatste berichten.

zondag 18 mei 2014

Analyse van eigen ervaringen. 7 Herkenning van emotionele gemoedstoestanden (serie, die begint bij bericht op 5 mei 2014)

Bewustwording van emoties.

Het zijn vooral onze emoties, die ons gedrag bepalen. Emoties zijn de waarden die wij aan ons gedrag toekennen. We kunnen ons van onze emoties bewust worden. We kunnen ze benoemen en merken dat we er niet door worden weggesleept..

Die bewustwording is aanvankelijk niet gewoon gegeven en zeker niet eenvoudig. Je kunt je nog eerder van je gedachten bewust worden dan van je emoties. De eerste stap om emoties te leren herkennen en bewust worden, komt uit het ontbreken van iets voort, uit het negatieve: we voelen ons niet vrolijk, niet luchtig en niet vrij. We voelen ons licht bezwaard, sikkeneurig misschien.

 Dit zijn lichte gemoedstoestanden, we voelen ons bezwaard, verveeld, we hebben geen opgeruimd gemoed. En die lichte emotie kan toch onze hele dag gaan bepalen. Maar dat is niet nodig heb ik gemerkt. Enige aandacht voor die emotie, kan deze al laten verdwijnen om plaats te maken voor een meer opgeruimd gevoel.

Ik heb de analyse van emoties pas heel geleidelijk ontdekt en kunnen toepassen. ' s Morgens kan ik wel eens wakker worden met een bezwaard gemoed, als ik me schuldig voel, iets zou moeten doen, alsof de dag van alles gaat vragen aan mij.  Het moeite doen om bij deze zwaarte in mijn geest even stil te staan, kan ervoor zorgen dat die zwaarte als sneeuw voor de zon verdwijnt, smelt. Dan is mijn geest - je gelooft het of niet - weer opgeruimd: ik zie het licht van de morgen weer, eventueel de kans en belofte van een nieuwe dag.
Zoals veel mensen, heb ik ook een tijd gehad waarin ik mij gewoon verveelde. Er leek weinig te gebeuren, moet ik zo mijn hele leven verder zonder verdere vooruitzichten. Alles lijkt hetzelfde te blijven. Gevaar is dat je daaruit weg loopt, sensaties zoekt. Zen hamert steeds op het uithouden van verveling, omdat iedereen daar doorheen moet en er dan pas mogelijkheden ontstaan om zich dieper tot de realiteit te gaan verhouden. Voor kinderen is het ook goed zich eens te vervelen; dan houdt het gesleep van de ene sensatie naar de andere even op en is er een goede kans dat ze even tot zichzelf komen. Ik heb in meditatieve verveling gemerkt hoe waardevol het uithouden daarvan kan worden.

Heftigere emoties. Mijn ontdekkingen.
Er zijn ook zwaardere gemoedstoestanden waarbij we bepaald worden door meer heftige emoties zoals bijvoorbeeld lichtzinnigheid, jaloersheid,  hunkering, irritatie. Verderop geef ik een voorbeeld van lichtzinnigheid als opspelende emotie.
Ook dit soort emoties kunnen we ons bewust worden door op gewaarwordingen in ons lichaam te letten: drukte, opgewondenheid, of door ons te realiseren dat we de omgeving uit het oog verliezen.
We kunnen dan merken hoe we die emotie willen wegdrukken omdat hij verward of lastig is of ons angstig maakt.
Maar het blijkt goed te zijn om met die emotie contact te maken door hem te voelen, door er bij stil te staan, te wachten, te kijken wat voor beelden we er bij krijgen, te zien waar de emotie vooral in ons lichaam gevoeld wordt, wat wordt er dan eigenlijk gevoeld en welke woorden zouden we er verder aan kunnen geven? Hoe zwelt de emotie aan. Haar fundamentele wezen, haar zijnskwaliteit, blijkt gewoon alleen maar energie te zijn. Wat is haar patroon; is mijn emotie agressief, passief, grijpend? Kunnen we de emotie aanraken en werkelijk voelen. Kijken we ze in de ogen, dan zien we dat ze ons niet echt bedreigen of ons ons houvast doen verliezen.

Het is het leren proeven van die emotie. In het Boeddhisme spreekt men hier van het leeuwengebrul. Het moedig kijken naar die emotie. Dan zullen we wonderlijk genoeg ervaren dat we niet meer bang zijn van die emotie en deze ons niet meer onbewust bepaalt of benauwd maakt of als een steen op onze maag blijft liggen. We worden er meester over en hulp van buitenaf is niet nodig.  Zo heb ik cliënten geleerd om ze zelf blijvend te hanteren zonder alle mogelijke steunfiguren.

Het is helemaal niet de bedoeling onszelf als een soort vergeestelijkt iemand met een onechte glimlach boven het voelen van emoties te verheffen, alsof niets ons meer raken kan. Emoties maken onze levendigheid uit, onze betrokkenheid met de wereld en iedereen. Ze zijn van ons, ze horen bij ons, ze tekenen ons en laten we ze liefhebben. Ze kleuren ons, karakteriseren ons, we hebben ze nodig. Maar dat niet uitsluit, dat ze ons volledig kunnen bepalen en met ons op de loop kunnen gaan. De kunst is om ze te  hanteren en er meester over te zijn, zodat ze niet onecht of geplastificeerd zijn, maar transparant, helder en trefzeker.

We kunnen een emotie overigens ook nog op een andere subtiele manier vermijden door deze uit te ageren; door als een dolle te keer te gaan; door hem helemaal uit te leven en lekker onze agressie te blijven uiten. Sommige lichaamstherapeuten brengen het idee in de wereld dat het lekker uiten van onze emoties op kussens en zo, zou helpen. Soms is dit een mooie eerste ervaring en fijn. Maar uiteindelijk lost dit niets op. Onze relatie tussen onze geest en onze emoties zijn ons in het algemeen niet direct helder en we ervaren een vreemde afstand, een dualistische barrière die opgeworpen is, en nog niet transparant is zodat we de dingen niet zien zoals ze werkelijk zijn. We hoeven er niet bang voor te zijn. Het alleen maar uitleven van emoties brengt ons niet dichter bij ons doel (meesterschap, zelfkennis) omdat we geen echt contact met die emotie maken door er niet bij stil te staan en onze aandacht op te richten.  Zonder dit beleefde contact zijn we als de krokodil die in zijn eigen staart blijft bijten en zo zijn woede tot in alle oneindigheid blijft voeden.


Gisteren herkende ik opeens een emotie die vaak met mij op de loop gaat. Wanneer mensen mij bewonderen of aan mijn lippen gaan hangen, of helemaal zien zitten, dan word ik roekeloos. Ik begin grappig te worden, het contact met het gezelschap waar ik in ben te verliezen omdat ik mij helemaal ga richten op die figuur die ontzag voor mij suggereert. Ik zie tegenwoordig wel in mijn ooghoeken dat mijn vrouw het gesprek in de groep niet leuk meer vindt, afhaakt, en dat is mijn waarschuwingssignaal dat ik het contact - vooral ook met mijzelf - aan het verliezen ben. Dit omdat ik zo onder de indruk raak van de bewonderende blikken op mij. Ik luister ook niet echt meer naar de
figuur waar ik in gesprek mee ben.
Dit gedrag zie ik vaak bij bewonderende guru's of priesters of voetballers die de weelde van beroemdheid of interessant bevonden worden, niet kunnen verdragen.  De natuurlijke eenvoud verdwijnt dan jammergenoeg en de bescheidenheid die je bij echt grote geesten wel aantreft

Emoties bevatten veel energie. Ze motiveren en stuwen ons gedrag, zetten aan tot krachtige acties. Maar niet altijd tot acties waar we achteraf trots op zijn. Het is een extra kunst om de energie die in emotievolle actie verborgen zit, anders  te leren benutten.  Als een dans bijna. De energie die in woede zit, kun je leren gebruiken om op een andere manier energiek actief te  handelen. Dan heb je er een stuwende motor gratis bij en dat bevordert je levendigheid.


Emoties in een relatie

Bij nog zwaardere heftige emoties, die bijvoorbeeld bij ruzie met iemand kunnen optreden, is het onder controle krijgen van die emotie vaak niet direct haalbaar. en partner.

In een relatie kunnen emoties hevig botsen. Ook zo botsen dat ze soms te heftig zijn om meesterlijk te hanteren. Ik kan nog zo mooi me in balans voelen als ik in het bos wandel, een gedicht lees of mediteer, maar in een botsend contact blijft er niets over van die kalmte.

Mijn impulsen gaan tekeer, het lijkt wel of ik een vreemde ben voor mijzelf, ik ken mezelf niet terug als ik woedend word over een opmerking van mijn partner. En van zo een botsing leer ik ook bijna niets, hij herhaalt zich iedere keer op dezelfde wijze.

Tenminste bijna op dezelfde wijze. Ik kan de botsing tegenwoordig van te voren voelen aankomen. Niet dat ik er dan goed op reageer, maar het is als iets en het is het begin van inzicht. Het valt me namelijk op dat ik de dagen ervoor me niet helemaal lekker voel of beter uitgedrukt: ik heb sterk behoefte aan troost niet alleen, voel me behoeftig, heb het idee dat ik niet zelfstandig van mijzelf kan houden, voel me ook wat negatief over mijzelf en zonder het te vragen verwacht ik een aai over mijn bol.
Dit ' zonder het te vragen'  wijst voor mij op iets dat je niet van je partner kunt verwachten, maar wel van je moeder. Het is dus een diepe moederprojectie, een niet vervuld verlangen van vroeger, dat ik op mijn partner projecteer. Eigenlijk breng ik het dan niet op om van mijzelf te houden.
In die kwetsbare toestand vat ik iedere opmerking van mijn partner op als een aanval. Een aanval waartegen ik me heftig ga verdedigen. En ik doe zelfs nog meer: ik ga háár verwijten maken. En dan zijn de rapen pas goed gaar.  Er is geen fatsoenlijk gesprek meer mogelijk.

Het ' gesprek'  is nu een duel geworden: de een staat tegenover de ander. Dit heb ik laatst een dualistisch contact horen noemen. Er is een duidelijke beleving van twee. Er is ook een afstandsbeleving nuDeze ervaring staat in schril contrast met de unitieve beleving die je in een goed gesprek met iemand kunt hebben. Dan lijkt het of er nauwelijks afstand is, alsof je in dezelfde ruimte verkeert. In het Nederlands ontbreekt ons een term om dit samen te omschrijven. In het Sanskriet is er een term voor : satsang, samenzijn in waarheid.

Het begint mij de laatste tijd te lukken om wanneer ik het oppositionaire  in een contact voel, me in ieder geval de term dualistisch te herinneren en dan kan ik mijzelf zo opstellen dat ik de neiging om tegenover de ander te willen gaan staan, tot stilte kan brengen en me instel op de ander. Een feest!

(Dat het me lukt om mezelf bij te stellen en oppositionaire neigingen me bewust te worden, komt volgens mij doordat ik oefen in meditatie met bewustwording.)

Alles samengevat: een relatie is als een brug tussen twee zelfstandige peilers, die niet op elkaar steunen of van ellende tegen elkaar aan hangen, maar ze staan autonoom, op eigen fundament en zo is de boog sterk.
(Op mijn web zijn er veel hits op het onderdeel ' analyse van relaties'  (http://home.tiscali.nl/sommeling/relaties.html)





zaterdag 10 mei 2014

Analyse van eigen ervaringen. 6 Het denken de baas worden.

 Naast het baas worden over onze emoties, waar ik later uitvoeriger over wil berichten, is het in eerste instantie ons denken dat ons parten speelt.  Natuurlijk is denken een pracht vermogen, maar om dat vermogen onbedorven te houden en zinnig te gebruiken,  is het nodig meester over ons denken te worden en er niet verslaafd aan te raken. Voor Tolle is het alsmaar denken en in het hoofd verkeren een soort collectief overgeërfde gewoonte van de cultuur waarin wij nu leven. Een soort erfzonde waardoor we de weg naar het paradijs kwijt zijn.
Tolle zegt dat hij over ons denken begon na te denken, toen hij een vrouw volgde, die zuchtend en piekerend daar liep en toen de Universiteit binnenging. Ook een hooggeleerde ' intelligente '  professor kan kennelijk slachtoffer van denken zijn.Tolle: ' Dit incident plantte mijn eerste twijfel aan de absolute geldigheid van het menselijk verstand.




Ons denken gaat vaak met ons op de loop. In ons hoofd kwebbelen we soms de hele dag door. Dat mag je eigenlijk geen ' denken' noemen. Het zijn ronddraaiende stemmen die nergens toe leiden, zoals:
'wat dom dat ik dat niet weet'; ' had ik maar dit of dat'; ' o jee een probleem, dat moet ik gaan oplossen'; ' wat zal hij nu wel van mij denken'; ' vind ik haar eigenlijk wel aardig'.  Je ziet mensen op straat vaak lopen met een rimpel in het voorhoofd. Meestal is dat geen denken, maar piekeren. Ben  jij je bewust van dat verschil in jezelf?
Vertwijfeld roept Eckhart Tolle: ' waar is de uitknop'.  Het duurde lang voor ik zelfs maar in de gaten kreeg dat ik aan het piekeren was.  Ik merk het eigenlijk meer aan mijn humeur en in mijn warrige dromen. Aan de rimpel in mijn eigen voorhoofd, aan de gespannenheid in mijn lijf, aan het blijven vasthouden en niet kunnen loslaten van gedachten.
De bewustwording van piekeren, het voelen in mijn lijf, het stoppen van die gedachtestromen, is wat ik slechts langzaam geleerd heb. Begint soms vrij aardig te lukken, maar soms is het helemaal mis.

Zoals vandaag:
Ik schrijf in mijn dagboek:
Ik begrijp nog steeds niet goed hoe met het denken in mijzelf om te gaan. Ik merk het wel, maar het wil maar niet stoppen. Ik word er bekaf van al dagen lang gaat het maar door. Wat ik ook probeer, het wordt alleen maar erger.
Ik sla er nog maar eens leermeesters op na en schrijf dat nog maar eens op. Ik schrik, wanneer ik lees en ik moet dat al veel vaker gelezen hebben, maar ben het straal vergeten:
Rust zoeken in meditatie is een armoede-mentaliteit. Denken is niet verkeerd net zoals eten dat niet is. Maar wat dan wel? 

Ik snap Trungpa' s (p.60;1993) beeld dat hij daarbij gebruikt niet eens en blijf daar wat langer bij stil staan. Een koe in de wei graast de hele dag door. Maar als het een sappige weide is met veel ruimte , eet hij rustig, valt op een gegeven moment in slaap en eet dan weer wat.
Hij onderscheidt ' opmerkzaam' zijn van het daar mogelijk op volgende' gewaar zijn' .
Wij kunnen allereerst leren opmerken dat we aan het piekeren of vele denken zijn. Dat is stap 1.
Een handig hulpmiddel om gedachten op te merken is voor mij om ze eens te gaan observeren. Welke zou nu komen, het zijn wolkjes die voorbij komen in een heldere hemel. Benoem de wolkjes, geef ze een naam: boodschappen, agenda, auto een beurt, een beeld.....enz . Vindt het niet erg dat ze voorbijkomen, laat ze er zijn.

Maar nu stap 2 en daar ligt voor mij de uitweg in het niet los komen van het vele denken dat maar door gaat. Het gewaar zijn is stap 2 die op dit opmerken zou moeten volgen. Accepteer ze, doe ze niet weg. Gewaar zijn geeft ruimte en verzekert ons dat we er echt niets mee hoeven doen, maar haar gewoon in haar natuurlijke plaats kunnen laten staan. Denken hoort er gewoon bij, omdat we in dit ondermaanse wonen.
Ik citeer Trungpa:
Het is als het ontdekken van een wondermooie  bloem in het oerwoud. Zullen we haar plukken en meenemen naar huis of in het oerwoud laten staan? Gewaar zijn zegt dat we
de bloem in het oerwoud moeten laten staan omdat dat de natuurlijke plaats is waar de bloem groeit. ......We zetten de schijnwerper op een situatie (opmerkzaamheid) om deze éénpuntigheid vervolgens te laten uitdijen in gewaar-zijn.




Ik ben opgelucht. Voel weer wat ruimte. De ervaring van te zijn, is immers ruimte. Het is een andere dimensie.
Zoals Sartre scherpzinnig opmerkte bij de eeuwenlang gebruikte uitspraak van Descartes: ' ik denk dus ik ben'. Ja, zei Sartre, maar je kunt dit alleen maar zeggen vanuit een andere dimensie: ' het bewustzijn dat zegt : "ik ben" is niet het bewustzijn dat denkt'. Hij bedoelde dat  als je je ervan bewust bent, dat je denkt, dan maakt dit bewustzijn geen deel uit van ons denken. Het is een andere dimensie van bewustzijn. En het is dat bewustzijn dat zegt ' ik ben' .  Als er niets anders in ons was dan gedachten, zouden we niet eens weten dat we denken (Tolle, p.50; 2007).
Daarom  vind ik de eenvoudige Zenspreuk ook zo mooi: ' Er is horen, er is zien'. Alleen met een fysiek oor zouden we niets horen. Alleen met een fysiek oog zouden we niets zien. Dat kan alleen door ons bewust zijn.


Overigens hoop ik toch tot minder denken te kunnen komen. Zoals de koe ook rustiger wordt als zij ziet hoe ruim en sappig de wei is. In meditatie merk ik ook wel dat het kan zijn als water dat troebel is. Als je rustig een tijdje wacht, zakt het zand naar de bodem en wordt het water helder en doorzichtig. Die ervaring ken ik ook. Boeddhabeelden stralen niet voor niets een serene rust uit.
Maar daar kom ik pas als de grootste barrières zijn opgeruimd. Want wat ik hierboven beschrijf blijft nog in het duale bewustzijn hangen: ik tegenover de ervaring van ruimte (2 dus).  De ervaring in het bewustzijn van EEN is een volgende stap (1 en niet 2).


De weg die wij gaan tekent zich af in de gedachten en beelden die we krijgen. Zij zijn de voetsporen die zich in het zand aftekenen; onze zorgen, lieve herinneringen, verantwoordelijkheden voor wie ons het liefste zijn, kinderen, partner, vrienden.

De weg is eerst een zoektocht, soms angstig zoekend en proberend. Dan kan het een spannende ontdekkingstocht worden. Waarbij veel te genieten valt. Ook het mysterie kan zich openen









Een leuk filmpje over de training om meester te worden over eigen gedachten is de 5 min. video:
https://www.youtube.com/watch?v=lAn9QepLx-8&list=PL0427C2C9DBCFCA93

vrijdag 9 mei 2014

Analyse van eigen ervaringen. 5. Sympathie voor jezelf kijkend in de spiegel?

Vanmorgen keek ik in de spiegel, zoals iedereen wel eens zal doen.
' Wat een oude rotkop' , zoals iedereen wel eens zal zeggen.

Je kijkt naar jezelf als een object wanneer je in de spiegel kijkt. Daarom stel ik me soms voor dat ik iemand tegenkom en dan grijns of glimlach ik als begroeting. Dan lijkt wat ik in de spiegel zie, op hoe een ander mij ziet, wat levendiger misschien?  Maar waarom zo een trucje.
Kan ik niet liefdevol naar mijzelf kijken ook als er een oude of verfomfaaide kop te zien is.

Geeft de spiegel niet genadeloos weer of ik sympathie of liefde voor mijzelf mis of heb en tevreden ben met mijzelf?
Ik probeer vanochtend niet weg te kijken van de spiegel. Ik probeer het aftakelen niet alleen als  verval te zien.
Ik blijf kijken,  zie de lijnen in mijn gezicht en probeer die lijnen te zien als sporen van mijn geschiedenis, als tekenen van wat ik allemaal heb meegemaakt. Mijn geschiedenis waar niets mis mee is, waar ik misschien zelfs trots op kan zijn.

Ik kijk in de spiegel en zie bijna altijd zo een groot verschil met hoe ik mij innerlijk voel. Van binnen voel ik mij altijd veel groter dan wat ik in de spiegel zie. Innerlijk ben ik iemand die ideeën heeft, een beetje speciaal iemand, die schrijft, moedig is, bewonderd wordt soms. Maar deze grootheidsfantasie verdampt vandaag gelukkig wat meer nu ik kijken blijf. Ik ben niet beter, moediger, specialer dan een ander en dat is eigenlijk een hele opluchting.




Wat kijk ik trouwens ernstig. Nog lang niet ' verlicht'. Als ik geloof in het gratievolle Mysterie dat ons leven is, en dat werkelijk geloof, waarom lach en fluit ik dan nu niet? Weer een aanval op de sympathie en liefde die ik voor mijzelf zou kunnen/willen voelen? Maar op deze mooie ochtend kan niets mij echt van de wijs brengen, en ik lach. Klaar.

Hoe kan ik lachen met al die pijnen in de wereld. Ze horen er per definitie bij en zullen nooit ophouden. Ik denk aan de pijnen in ons lichaam. Hoe mijn moeder toen ze oud was, door haar rug zakte, de gewrichten versleten en ook nog dementerend.
Ik denk aan al de kwalen van mijn vrienden, de pillen die ze moesten slikken tegen verhoogde bloeddruk, te hoog cholesterol, enzovoorts enzovoorts.

Ik dacht aan het verval van stemmingen. Hoe wij mensen niet steeds met een licht gemoed rondlopen, maar hoe stemmingen komen en gaan en we prettige emoties niet vast kunnen houden. Onverwachts zijn ze er niet meer. Niets kunnen wij vasthouden. Hoe onze idealen niet uitkomen; we teleurgesteld zijn dat de wereld nog niet zonder oorlog kan; dat we met onze techniek armoede nog niet kwijt zijn. Dit alles ging op deze mooie morgen door mij heen.

En een van de schrijvers van de Christelijke Bijbel vertelde in mythische vorm hoe ' God'  medelijden met ons kreeg  omdat wij de weg naar het paradijs kwijt zijn en toen zijn zoon stuurde om ons te leren hoe wij deze - volgens sommigen - 'fout in de schepping'  zouden kunnen repareren.
En Boeddha op zijn beurt zag dat alles lijden was en wilde in diepe compassie ons leren om daar beter mee om te gaan, het te verzachten.
Boeddha en Jezus waren  mensen zoals wij. Omdat we hun gewoonheid niet aankunnen, hebben we van hen jammergenoeg goden en toverende magiërs gemaakt. Wij zijn hun  Boeddha-natuur, de Christus-natuur en we kunnen de bronnen en rijkdommen in onze natuur in onszelf leren ontdekken. Door stil te zijn bij onze eigen ervaringen .

Velen van ons zijn belast met schaamte en schuld vanuit hun kindertijd. Naast schaamte en schuld is er ook angst en ziekte. Dit alles kan veroorzaakt zijn door de manier waarop er met ons is omgegaan. Waarom wil ik wegkijken van de spiegel? Met mij kennen velen de fantasie als kind al om de wereld te willen redden. Wij zagen de gaten in dit bestaan: het leed van onze broer, de depressie van onze moeder en namen te grote lasten op onze kinderschouders.  Onze jeugd deels verknoeid hebben wij ons getroost met reddersfantasieën. Het is de last om meer te moeten zijn dan wij zijn. Velen kennen dit of een ander drama.  Op sommigen is neergekeken, of ze zijn diep geschonden in hun  intieme en lichamelijke verlangens. Besmeurd geraakt, verward in feiten vermengd met fantasie. Opgejaagd in onze dromen, zijn we te geblokkeerd geraakt om van onszelf te houden. We zijn niet in staat vergiffenis in onszelf toe te laten en zo bevrijd te worden.



Parafraserend op een tekst van een mij geliefde Zenmeester:
' Compassie met jezelf is in werkelijkheid de realisatie van de Leegte die genadevolle Volheid is.  Het is de ruimte in onszelf die wij zelf zijn en waar liefde en compassie wonen. Het is de kern van Zen, het Hart.
Ons hart moet doorweekt en doordrenkt  van compassie zijn, dat is precies wat ons menselijk maakt. Maar een algemeen gevoel van compassie is nog niet genoeg. Alleen wanneer compassie voor jezelf is gewekt en ontwaakt, zal compassie authentiek zijn en voluit stromen. 
Liefde voor zichzelf wordt pas echt geboren wanneer je ook tranen kunt vergieten voor jezelf. Niet alleen omdat je sterfelijk bent, of gauw sterven zult, of omdat jij en de jouwen vernietiging in de ogen kijken. Dit alles zal compassie oproepen en medelijden.
Maar zelfcompassie wordt pas werkelijk gewekt, wanneer je in een verslaving gevangen zit, of onder zelfdestructieve neigingen lijdt, of stommiteiten uithaalt en je ego opblaast, en je je realiseert hoe je jezelf aan het vernietigen bent, je eigen leven en dat van anderen. Wanneer je dan leert om te huilen over jezelf, dan ontstaat werkelijke compassie. Compassie voor jezelf lijdt tot compassie voor anderen. De tranen die je vergiet voor jezelf, zal je hart openbreken, en dan zal je hart een g e b r o k e n  hart zijn, zacht gemaakt en teder, en kwetsbaar en bloedend. 

Ren op zo een moment niet weg om je te verbergen in een schuilhoek of verborgen plaats. Kies en gun je zelf dan stilte en alleen zijn; blijf jezelf in je verdriet en pijn, huil voor jezelf, omarm je fragiele, sterfelijke en onvolmaakte zelf. Loop niet weg. Herinner je jezelf eraan dat je bent omhuld en vol kracht bent in het Mysterie dat Genade is, het hart van Leegte. Het is juist je gebrokenheid en onvolkomenheid die de opening zal maken naar de Grote Leegte die Volheid en Mysterie is. 

Kijkend in de spiegel, maken wij van onszelf alleen maar een object dat dáár voor ons en tegenover ons staan. Dat is het duale bewustzijn. Maar wie ben ik echt? Het is eigenlijk de enige vraag voor Zen die ons verder helpt. Meer dan mijn status, mijn functie, mijn prestaties. Wie ben ik?
We komen dat op het spoor van de bronnen die in onszelf besloten liggen. Maar ook tot werkelijke compassie met iemand.
Compassie betekent letterlijk : samen lijden. Daar is in het Nederlands nog geen goed woord voor. Het woord medelijden heeft de gevoelswaarde van uit een meer eigen comfortzone zich over iemand heen buigen en die gaan ' helpen', bijna als vanuit de hoogte of van vermeende eigen rijkdom. Dat is splitsing vanuit een duaal bewustzijn. We vergeten dan de een geen spat beter is dan de ander en dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Bemin uw naasten als uzelf.
We kunnen alleen naast iemand staan die lijdt; maar we mogen iemand zijn eigen lijden niet afpakken, omdat iemand pas door de ervaring van eigen leed dit kan verwerken.  Gebroken harten brengen ons tot onze meest intieme ervaring van nabijheid.
Hoe kan mijn hart ontzegeld worden, zonder gebroken te zijn?  (Kahlil Gibran)
Niets heeft mij zo dicht bij mijn eigen binnenste gebracht als de tranen bij mijn eigen leed. Ik bedoel niet zomaar huilend, maar mijzelf gunnend om stil te staan bij de pijnen en angsten die ikzelf hebt meegemaakt. De tranen - aanvankelijk misschien onder begeleiding van een ander mens - die dan vloeiden waren warm, verzachten niet alleen mijn ogen, maar ook mijn binnenste. Alsof alles in mijzelf weer soepel werd en tot leven kwam. Ze geven hun genade, deze tranen. Vaak gaan deze tranen als vanzelf over in tranen van lichtheid en vreugd. Heel merkwaardig eigenlijk.